Op donderdag 17 januari 2013 bezochten we het plateau achter landhuis Siberie. Geologisch gezien het oudste gedeelte van Curaçao, d.w.z. het gedeelte dat als eerste boven water is gekomen. Het is een kalksteenplateau met nog vrij oude vegetatie. Op Werbata is niets bijzonders te zien in dit gebied, dus deze keer is het met name een natuurwandeling. Met als speciale gast Bert Kienjet, die, geïnspireerd door de natuur van Curaçao, een aantal etsen heeft gemaakt, waarvan de speurneuzen er elk een als kado hebben ontvangen (zie plaatje).
We verzamelden ons net voorbij het punt, waar tot voor kort restaurant/bar Baranka was gevestigd en waar nu een appartementencomplex uit de grond is gestampt. Vandaar trokken we over een in het verleden gebuldozerde pad naar boven. Het pad was nog vrij goed begaanbaar, al was het op enkele plaatsen behoorlijk overgroeid. Langs het pad zien we veel oude Brasilbomen. Die vallen vooral op door hun sterk gegroefde stam.
Na ongeveer 1 kilometer bereikten we een splitsing in het pad. Rechtdoor kom je uit op een oud pad van Kodela (Aqualectra), dat ook is aangegeven op de Kadasterkaart van 1993. Linksaf ga je richting het midden van het plateau. Dat was ons doel, dus na een korte rustpauze sloegen we het linker pad in. Dat hield al vrij snel op pad te zijn, dus de handschoenen en snoeischaar werden uit de rugzak gepakt en zo baanden we ons een weg. Het knippen was gelukkig niet echt nodig, want er stond weinig vegetatie met stekels op onze weg.
Onderweg vonden we enkele kelderflessen, we waren hier dus niet de eersten, een mooie natuur en ook een vreemde substantie op de grond. Groenig en niet smakelijk uitziend. Bij het oppakken leek het nog het meest op dik wier, zoals dat in een dunnere vorm in zee voorkomt en in Japanse restuarants is te eten. Eten hebben we met dit spul maar niet geprobeerd.
Ons target was een inham in de Oostelijke rand van het plateau. Daar aangekomen troffen we een stapelmuur aan precies op de rand. Vandaar hadden we een mooi uitzicht op het Landhuis Sint Sebastiaan en op de kerk van Willebrordus. Vlakbij dat uitzichtpunt stond een boom met daarop diverse mossen en zwammen; die werd dan ook druk gefotografeerd. Het was wel oppassen, waar je je hand neerzette, want er liepen een groot formaat mieren op de takken.
Na een rustpauze trokken we naar de tegenoverliggende Noordelijke rand van het plateau. Ook daar was weer een stapelmuur op de rand. François besloot dat we via de helling op het Kodelapad zouden uitkomen. Er was wat twijfel in de groep of dat inderdaad het geval zou zijn, maar iedereen volgde hem toch naar beneden. Het werd een behoorlijke worsteling door de dichte begroeiing, maar uiteindelijk bleek dat François het inderdaad bij het rechte eind had. We bereikten het Kodelapad. Herkenbaar aan enkele grote isolatoren langs het pad en een bordje met Pas Op, Gevaarlijke hoogspanning.
Het pad is al geruime tijd niet meer onderhouden. Daar is ook weinig noodzaak toe voor Aqualectra, want ook de electriciteitspalen zijn inmiddels verdwenen. Enkele exemplaren vinden we nog liggend in de bosjes. Het is een moeizame tocht, want hier groeien wel de wabi's tot over het pad, maar uiteindelijk komen we toch op een beter begaanbaar gedeelte. Daarvandaan bereiken we weer de splitsing en, via het pad, dat we ook op de heenweg hebben genomen, komen we weer bij de auto's uit.
De etsenmaker Bert vond het een leuke tocht, waarbij hij wel opmerkte dat de natuur dichter en moeilijker toegankelijk was dan hij had gedacht. Maar het was een tocht, waaruit ongetwijfeld weer enkele etsen zullen ontstaan.
De gelopen route in blauw op de Kadasterkaart van 1993
Even kennismaken met Bert Kienjet (links op de foto)
De eerste stapelmuur, vlakbij het vertrekpunt
Een natuurlijk beeldhouwwerk; het onderste deel van de stam van een Brasia
Een Brasia langs het pad
Michèle en Hetty volgens ons over het redelijk begaanbare pad
Een Manzaliña Bobo; ook hiermee is het oppassen geblazen, zoals François ooit mocht ervaren
Flor di Sanger; deze is inderdaad bloedrood
Maar dit is ook een Flor di Sanger; ze zijn er in allerlei kleuren
Het lijken wel kleine tomaatjes, de besjes van de Watakeli
Een Passiebloem met links daarvan een nog ongeopende bloem
Deze Dreymaeus slak heeft zich vergist; hij zit normaal op de stam van de Wayaca
Langs het pad een fraaie begroeiing
Bij de splitsing; even rusten en overleggen hoe we verder gaan
Een half slakkenhuis laat een mooi binnenwerk zien
Ook op het pad staan her en der fraaie plantjes
Een boom, die we niet vaak zien, de Mata Piská
met een gepokte stam
en kleine witte bloemetjes en groene besjes
Dit exemplaar heeft ook een gelige mossoort op enkele takken
Terugkijkend over het linkerpad zien we Hetty, daarachter François en de windmolens
De bloemen en bladeren van de Yerba di Glas
Restant van een kelderfles (onderkant)
Iets verderop ligt ook de bovenkant van een kelderfles
Wat is dit? Groenachtig, slijmerig; het lijkt nog het meest op zeewier
Een ons onbekende boom; we hebben er enkele exemplaren van gezien
De mooi gegroefde stam van de Brasia
Op deze Brasia groeit ook mos
Onder een Wayaca is het goed rusten
We zijn wat hoger, dus hier vinden we ook weer baardmossen in de bomen
Uitzicht, links de kerk van Willebrordus, rechts het landhuis Sint Sebastiaan
Mossen en zwammen op een boom
maar ook grote mieren, hier een op een van de grotere zwammen
Op de stapelmuur onder de bomen vinden enkelen een plekje om te rusten
Aan de Noordelijke rand van het plateau kijken we uit op de watertank bij Fontein
en op de bergen rondom de Christoffel
We zijn op het kodelapad, zoals deze grote isolator laat zien
Flink de pas erin
Terug bij de auto's vind ik nog deze bloem op een schijfcactus