Naamloze berg van 151,1 meter in het Christoffelpark

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Berg151 Christoffelpark 20170824 009 smallOp donderdag 24 augustus trokken de speurneuzen weer eens naar het Christoffelpark. Voor mij door mijn lange afwezigheid was dat alweer lang geleden. Een tocht in het Christoffelpark is altijd de moeite waard, al zijn die tochten vaak ook extra pittig vanwege het klimmen.
We troffen elkaar op het parkeerterrein van het park. Deze keer waren dat François, Fred, Carel, KarelJan, Hetty, Eddy en ik. We werden daar hartelijk begroet door Cyrill Kooistra. Hij overhandigde ons de sleutel, zodat we in het niet voor het publiek toegankelijke deel van het park konden komen, waar deze naamloze berg ligt. Deze berg ligt ten Zuiden van de Seroe Palibandera, die zelf weer ten Zuiden ligt van de Christoffelberg. De Seroe Palibandera hadden we in het verleden al eens beklommen, maar deze berg nog niet.

We reden met twee auto's het park in. Deze keer reed Fred voorop; ik zat bij Fred in de auto. Dat bleek een gelukkige keuze te zijn, want vlak voordat we bij de parkeerplaats aan de voet van de Christoffelberg kwamen, liep een hert (vrouwtje) voor onze auto uit. Ze bleef een tijdlang op de weg, zodat we haar goed konden zien. Een eind verderop stond een jonge Warawara op de weg, die bij onze komst vlak boven de weg vóór de auto bleef vliegen, dan weer even zitten en dan weer vlak boven de weg verder vliegen. Een mooi gezicht! En, om het compleet te maken, kruiste vervolgens nog een vrouwtjeshert ons pad. Onze tocht was nog niet echt begonnen en we hadden al meer gezien, dan waar we op durfden hopen.
Na het parkeren van de auto's op de inmiddels niet meer ingebruik zijn de weg van de Orchideeënroute, begonnen we aan onze speurtocht.

De berg heeft een subtop ten Zuidoosten van de werkelijke top; er is geen hoogte aangegeven, maar de laatste hoogtelijn op de Werbatakaart is die van 100 meter. Dat was dus ons eerste doel.
We konden zonder veel omwegen naar die subtop. De begroeiing was niet heel erg dicht. Wel opvallend veel Palu di lele met frisgroene bladeren. Ook hier is duidelijk dat er nog steeds voldoende water uit de lucht valt om de natuur in goede vorm te houden. Behalve deze stekelige boompjes troffen we ook velden van Teku aan en heel erg veel Bringamosa. Ze stonden af en toe heel dicht naast of zelfs op onze route. Gelukkig kwam niemand met deze plant in aanraking.
Vlak onder de subtop namen we een pauze op een plek waar we een prachtig uitzicht hadden over de opvallend groene omgeving. Ook troffen we daar mooie rotsformaties aan en korstmossen op de rotsen.

Op de Werbatakaart staat een hoge pas tussen de beide toppen, maar in werkelijkheid bleek deze informatie niet te kloppen. We moesten toch een heel eind naar beneden, voordat we weer aan de beklimming van de echte top konden beginnen. Daarbij hadden we op een gegeven moment ook zicht op een hoge pas, maar die ligt tussen een andere top en ons doel. Blijkbaar heeft Werbata zich hier vergist. Ook kruisten we een rooi, die niet op de kaart is aangegeven.
De natuur langs de route naar de hoge top is vrijwel hetzelfde met één uitzondering: dichte velden van Infrou. Niet onze grootste favoriet en het vertraagde onze voortgang. We hadden gehoopt om 10 uur op de top te kunnen staan, maar dat bleken we niet te halen, dus onze traditionele appelpauze namen we op de helling van deze berg.
We troffen op de helling een modern artefact aan, een radiosonde van de meteo. Een veel kleiner en daarmee moderner model, dan wat we tot nu toe hebben gevonden.
Over artefacten gesproken, deze berg blijkt maagdelijk schoon te zijn van artefacten. We troffen bij de beklimming slechts één artefact aan, een deel van een kleine kelderfles.

Toen we uiteindelijk de top bereikten bleek die zo dicht begroeid te zijn dat we daar geen vrij uitzicht hadden. Wel troffen we er een mooi Kadaster meetpunt aan met daarop de tekst in het Papiamentu dat verwijdering wordt bestraft. Als bijzonderheid troffen we ook een steunstang met klem aan, waarmee een verticale mast op het meetpunt geplaatst kon worden. Tot nu toe heb ik een dergelijk attribuut alleen gezien bij de driehoekspunten van Werbata en CPIM. Die zijn allebei ook laag, dus daarbij bestond blijkbaar ook de behoefte om het punt tijdens de metingen zichtbaarder te maken met behulp van een vertikale mast. De latere driehoekspunten van Kadaster zijn uit zichzelf al hoger, dus daar was dat niet nodig.
Vlak naast het kadaster meetpunt lag een mooi veld van bloeiende Teku's.

Om terug te gaan naar de auto's hielden we min of meer een koers aan, die ons zo snel mogelijk op de zandweg zou brengen. Min of meer, want als ik naar de track kijk, hebben we behoorlijk van een rechte route moeten afwijken om een redelijk gemakkelijke route te kunnen lopen zonder al te dichte mondi. Op deze terugweg vonden we een aantal zuilcactussen met aan de voet een grote hoeveelheid kalkstenen, een in dit gebied niet voorkomend gesteente. Ook bleek daar dichtbij een groot aantal artefacten te liggen, kelderflessen, andere flessen, stukken van dakpannen en een stukje geglazuurd aardewerk. Hoe die hier terecht zijn gekomen is niet duidelijk. Het lijkt een onlogische plaats voor bewoning.

Zoals gebruikelijk werd op de terugweg naar huis door een deel van de speurneuzen een plek gezocht om even bij te komen onder het genot van een koel biertje (één is een versimpeling).
Het was weer een hele mooie tocht.