St. Michielsberg - indianensite C-013

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

StMichielsberg C 013 20190815 002a smallOp donderdag 15 augustus trokken Anita en ik er weer op uit om een volgende tocht op onze todo-lijst te gaan doen. De aanleiding was een video, die Anita had gezien, waarin een gids vanaf de top van de St. Michielsberg een open plek aanwees, waar het oudste indianengraf van Curaçao zou liggen.
Zelf loop ik regelmatig onder langs de St. Michielsberg en kijk daarbij steeds naar boven naar de grotten, die net onder de top te zien zijn. Aan de voet van de berg heb ik al vaak schelpen gezien, waaronder een grote Melongena melongena; de grote hoeveelheid schelpen duidt op de aanwezigheid van een indianensite. Ik weet dat daar inderdaad een indianensite is, maar ben nog nooit zelf gaan kijken.
Een samenvatting van de voornaamste kenmerken van deze site staat hiernaast en is afkomstig uit het proefschrift van Jay Haviser "Amerindian Cultural Geography on Curaçao"; veel van de hierna vermelde informatie over deze site is afkomstig uit dit proefschrift.
Kortom, er was voldoende reden om met Anita deze uitdaging aan te gaan. En een uitdaging beloofde het te worden, want de naar het Noord-Oosten gekeerde kant van de berg vertoont een flink steile helling.

We parkeerden onze auto's 's morgens om 7u net in St. Michiel op de parallelweg van de Weg naar Bullenbaai. Daarvandaan liepen we door de woonwijk naar het pad dat onderlangs de berg loopt. Anita zag al snel een rooi, waar na een flinke regenbui het water van de berg af loopt en dat leek ons een goede plek om naar boven te gaan, omdat er weinig begroeiing in de rooi is. Maar dat betekende ook weinig houvast links en rechts van de rooi en een bodem met losliggend zand. Niet gemakkelijk om naar boven te gaan. Maar met wat tussenpauzes kwamen we toch redelijk snel aan bij de kale plek onder de top.

Er is op deze berghelling in 1984 een opgraving geweest onder leiding van Jay Haviser, waarbij 4 skeletten zijn gevonden. Er is minimaal 1 ander skelet daar begraven geweest, maar de botten hiervan zijn door erosie bloot komen te liggen en met het regenwater naar beneden gestroomd; het zijn deze blootliggende botten, waardoor ontdekt is dat hier een grafsite aanwezig was. Naar ik begrepen heb, is deze ontdekking gedaan door Carel de Haseth en dat wordt ondersteund door zijn vermelding als de Site Registrant samen met Jay Haviiser
De opgraving is na afloop weer dichtgegooid, maar we hadden hoop dat we in ieder geval nog een aanduiding zouden kunnen vinden van de opgravingslokatie. Maar de harde ondergrond, die we op de open plek aantroffen, maakte die plek een onwaarschijnlijke lokatie voor de grafsite. Waarschijnlijk is deze open plek ontstaan juist vanwege die harde ondergrond, waarop niets kon groeien. Doorzoeken van die open plek leverde verder ook niets op; geen schelpen te vinden.

Vervolgens heb ik een bezoek gebracht aan alle grotten onder de top. Vreemd genoeg trof ik hier geen sporen van bewoning aan met uitzondering van 1 mogelijk werktuig gemaakt van een Karko-schelp. Verder helemaal niets. Uit het proefschrift blijkt dat Jay Haviser hier wel artefacten heeft aangetroffen; mogelijk zijn die toen verwijderd voor verder onderzoek.

Ik veronderstelde altijd dat de schelpen, die ik aan de voet van de berg op het pad had aangetroffen door regenwater naar beneden waren gespoeld vanuit de grotten. Vreemd genoeg trof ik in het gebied onder de grotten geen schelpen aan. Het proefschrift geeft de verklaring. Blijkbaar was het de gewoonte van de indianen in die tijd - we spreken hier over de periode 1840  - 1870 vóór Christus - om het leefgebied gescheiden te houden van het gebied, waar het afval werd gestort. Dat afval, een grote hoeveelheid schelpen met daartussen ook werktuigen gemaakt van schelpen, troffen we een stuk lager op de helling onder de grotten aan. Behalve oesterschelpen en kiwaschelpen vond ik daar ook een aantal Melongena melongena schelpen en ook enkele andere schelpen van de melongenidae-familie.
Dus weer wat geleerd. En eigenlijk wel begrijpelijk dat je je afval niet vlak bij je huiskamer wilt hebben liggen, want zeker schelpen, die niet helemaal schoon zijn, geven nogal een behoorlijk sterke lucht af.

Bestuderen van het proefschrift met betrekking tot deze indianensite levert nog de volgende informatie op over de grafsite: "In all four cases, the burial procedure appears to have been to dig a pit into and or below the midden deposits, placing the body horizontally in the bottom of the pit. The horizontal placement is rather curious considering the extreme vertical slope of the site. Then the body was surrounded with large stones and one large stone was placed directly atop the lower body or legs. Finally, the pit was backfilled with the midden soils.". Ondanks mijn ruime Engelse woordenschat kende ik het begrip "midden deposits" en "midden soils" niet. Wikipedia biedt hier uitkomst: het blijkt te gaan om een "old dump of domestic waste". Op een andere plaats in het proefschrift wordt gesproken over "refuse", wat zoveel betekent als huishoudelijk afval, dat niet kan worden hergebruikt en dus moet worden afgevoerd/gedumpt
Blijkbaar werd in de afvalberg bij een begrafenis een kuil gegraven, waarna het lichaam horizontaal in de kuil werd geplaatst omringd door grote (kalk) stenen met een grote steen op de benen of onderlichaam. Daarna werd het graf weer dichtgegooid met de uitgegraven aarde van de afvalhoop. Gegeven de sterke helling is het inderdaad opmerkelijk dat daarbij werd gekozen voor een horizontale plaatsing van het lichaam en niet een plaatsing evenwijdig aan de oppervlaktelaag. Het betekent dat bewust de kuil aan de hogere zijde dieper moest worden uitgegraven dan aan de lagere zijde, zodat een horizontale bodem ontstond.
Volgens een doorsnede, die Jay Haviser heeft opgenomen in het proefschrift, bestond het grafveld grofweg uit een dunne humus toplaag met daaronder een ca 30 cm dikke laag zand met artefacten, daaronder een vrij dunne (ca 10 cm) laag zand met beduidend meer artefacten en daaronder een laag van fijn zand. Dat is in ieder geval een bodem, waarin gemakkelijk gegraven kon worden. De lichamen lagen vrij oppervlakkig in deze zandlagen; maximaal 75 cm onder het oppervlak tot vlak onder het oppervlak en deels dus zelfs aan het oppervlak, waardoor de botten van minimaal 1 van de oorspronkelijk aanwezige lichamen zijn weggespoeld.
Mijn conclusie is dat de grafsite hoogstwaarschijnlijk lager op de helling ligt in het nu nog aanwezige veld met een grote hoeveelheid schelpen onder de grotten op de naar het Zuid-Oosten gekeerde helling. Kijkend naar de track op het kaartje van Jay Haviser is duidelijk dat we alleen het meest Noordelijke gedeelte van de site hebben doorzocht. In de rest van de aangegeven site hebben we niet uitbundig gezocht vanwege de dichte vegetatie van kleine Brasia-boompjes.

Deze indianensite is inderdaad de oudst bekende grafsite van de indianen op Curaçao. In Roi Rincon zijn wel aanwijzigen aangetroffen van nog oudere tijdelijke aanwezigheid (2040 - 2540 vóór Christus) van indianen, maar daar is geen grafsite gevonden uit die periode.

Na een moeizame afdaling zijn we voor de zekerheid nog gaan kijken op een andere open plek aan de voet van de Seru Blandan, maar dat veld levert geen enkel artefact op met uitzondering van delen van een oude accu. Een daartegenover liggende open plek aan de voet van de St. Michielsberg leverde ook verder niets op.

Al met al een speurtocht, die zeer de moeite waard was, ook al vanwege de informatie, die ik na de speurtocht ben tegengekomen in het proefschrift van Jay Haviser. Veel geleerd!

Bijgaand de foto's, die ik heb gemaakt tijdens de tocht en ook een tweetal kaartjes. Het eerste kaartje is afkomstig uit het proeftschrift en laat onze track zien en de site-lokatie, zoals die door Jay Haviser is aangetekend op een kaart afgeleid van de kadasterkaart van 1962. De volgende kaart laat onze track zien op de kadasterkaart van 1993.
De afbeelding met de twee foto's, die Jay Haviser heeft gemaakt tijdens de opgraving in 1984, is afkomstig uit "Alofs, L. (2018). Koloniale mythen en benedenwindse feiten : Curaçao, aruba en bonaire in inheems atlantisch perspectief, ca. 1499-1636. Retrieved from http://ebookcentral.proquest.com"; blijkbaar was deze opgraving ook een trefpunt voor bekende Curaçaoenaars.