Nissenwand van de Seru Kabritu - Rif St. Marie

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Seru Kabritu 20171005 037 smallOp donderdag 5 oktober was het doel van onze wekelijkse speurtocht een nog niet door ons verkend gedeelte van de Zuidelijke nissenwand van de Seru Kabritu op de voormalige plantage Rif St. Marie. Nissen zijn altijd interessant, omdat ze in het verleden gebruikt kunnen zijn door indianen voor bewoning.
We parkeerden met toestemming van het management van Coral Estate onze auto's net binnen de slagboom en gingen daarvandaan verder met één auto. Die parkeerden we langs de weg in de buurt van de nissenwand. Na een plek gezocht te hebben, waar we de heuvel op zouden kunnen gingen we door de vrij dichte mondi richting de eerste nissenwand.

Dichtbij de eerste nis constateerden we dat er bijen in en uit vlogen. Geen goede plek om te verkennen, dus we togen naar de tweede nis. Daarboven zagen we een groot en duidelijk nog drukbewoond bijennest. Een mooi gezicht, die drukbezette grote raten, maar ook die nis lieten we maar voor de huidige bewoners. Daarna werd het rustiger. We kwamen langs een paar mooie grote maar tevens erg open nissen. Niet geschikt voor bewoning, omdat ze te weinig beschutting bieden, maar wel mooi. Fraai gevormde druipsteenformaties en rotspartijen, sommige met interessante insluitsels. We vonden o.a. een soort versteende bijenraat, maar dat is mogelijkeen oud stuk koraal, waarvan de zachte delen door het water zijn opgelost. Ook zagen we een interssante fossiele afdruk in een van de rotsen. Het is mij niet duidelijk wat dit is geweest. Het lijkt bladachtig. Mogelijk de afdruk van een zachte koraalsoort.
Een van de nissen bevatte hoog een soort groene troon, die waarschijnlijk gevormd is door druipend water, want hij ziet er mooi glad uit. Deze nis vormde een mooie plek om even rust te nemen. Tot onze verbasing troffen we hier ook een Mammillaria aan, een voor Curaçao vrij zeldzame bolcactus, die ook nog in bloei bleek te staan.
Iets voorbij deze nis was er een kleine grot; de ingang daarvan was in principe net groot genoeg om doorheen te kruipen, maar dat hebben we toch maar niet gedaan.
Een klein stukje verder was een soortgelijke kleine grot, waar Fred tientallen vleermuizen in zag zitten door de opening.

Verderop langs de wand kwamen we in een soort kloof terecht; links en rechts een vrij steile wand, waar we tussendoor konden lopen. Fred werd tijdens de doorgang gestoken door een maribomba, maar besloot wel door te lopen. De anderen volgden zonder gestoken te worden. Wel zagen we enkele maribomba's, maar die waren verder niet vijandig. In een doorkijk in deze kloof trof ik ook weer een aantal vleermuizen aan.

Na de kloof besloten we het hogerop te zoeken om via de hogergelegen nissenwand terug te lopen naar het beginpunt. Daar bleek de begroeiing veel dichter te zijn en grotendeels te bestaan uit nog vrij jonge brasiabomen. Mooi groen, maar ook behoorlijk stekelig en die stekels zitten op weinig buigzame takken. Dichtbij de nissenwand bleek ondoenlijk dus we namen iets meer afstand van de wand, die overigens weinig nissen lijkt te bevatten. Weinig verbetering, dus de terugweg naar de auto werd een behoorlijk afmattende worsteling door de begroeiing. Aan het eind moesten we nog een punt zien te vinden, waar we veilig langs de steile wand naar beneden naar de weg konden. Moe streken we vervolgens langs de weg neer in de schaduw om even op adem te komen.

Een zware tocht, waarvan het eerste deel langs erg mooie nissen liep, maar waarvan het tweede deel op het hogere plateau erg vermoeiend was door de tegenwerkende begroeiing.