Nieuwpoort - het kerkhofje - John Godden

Artikelindex

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

John Godden

John Godden is geboren in Calstock, Cornwall, England in 1849 als oudste zoon van William en Mary Ann Godden. Zijn vader heeft in de volkstelling van 1841 als beroep opgegeven 'Mining agent'. Zijn moeder 'retired dress maker'. De interesse van John Godden voor ontginning van grondstoffen was dus blijkbaar ingegeven door het beroep van zijn vader.
In 1871, op 21-jarige leeftijd, ontdekte John Godden bij toeval fosfaat-afzettingen op Klein Curaçao, toen hij daarlangs voer. De oppervlaktestructuur van het eiland maakte hem nieuwsgierig en die nieuwsgierigheid leidde tot de ontdekking van de fosfaat-afzettingen op dit kleine eiland. De ontginning van deze afzettingen maakte hem tot een rijk man.
Nieuwpoort 20170209 038 webOok op Curaçao zelf werd fosfaat ontdekt op de Tafelberg, in dit geval door Cornelis Gorsira. De vader van Cornelis Gorsira, Michael Gorsira, die eigenaar was van de plantage Santa Barbara, verkocht in 1875 de helft van de plantage aan John Godden en verpachtte de andere helft aan hem voor 99 jaar. John Godden richtte in dat jaar ten behoeve van de ontginning van de fosfaatafzettingen op de Tafelberg de Curaçao Phosfate Company op. De grootste aandeelhouders in deze company waren de families Gorsira en Maal. De ontginning van de fosfaatafzettingen startte in 1876. Kort daarna startte ook de ontwikkeling van Nieuwpoort. De stijl van de gebouwen van Nieuwpoort toont overduidelijk Engelse invloeden vanwege de Engelse achtergrond van John Godden.
In 1875 werd nog een andere maatschappij opgericht, de Maatschappij tot Mijnontginning, waarin John Godden ook een belang had. In 1880 worden de activiteiten gestart tot ontginning van mangaanafzettingen bij Zevenbergen/Lagun. Dit heeft geleid tot de bouw van enkele gebouwen bij Jerimi, bekend als Newtown, en het mijngebouw aan de voet van de heuvelrug, waarin mangaanbeddingen waren gevonden. Ook de gebouwen van Newtown vertonen heel duidelijk de Engelse invloeden.
Helaas bleek deze mangaanontginning al snel niet rendabel te zijn. De ontginning werd gestopt in 1882. De werkgroep Archeologie van Curaçao heeft in een aantal speurtochten de betreffende heuvelrug onderzocht. De conclusies van de werkgroep Archeologie zijn dat de twee gevonden mijngangen proefgangen zijn geweest om vast te stellen of er ook in de berg zelf mangaanerts voorkwam. De ontginning zelf heeft hoogstwaarschijnlijk plaatsgevonden in oppervlaktemijnen (dagbouw).

 Godden mausolea069a webVanwege de commerciële activiteiten is het waarschijnlijk dat John Godden een deel van periode tussen 1871 en 1880 op Curaçao heeft doorgebracht (hij komt niet voor in de volkstelling van 1871, maar wel weer in de volkstelling van 1881). Hij ontmoette op Curaçao zijn eerste vrouw, Anna Maria Jane Wagner, geboren op 10 september 1859 op Bonaire, de dochter van Herman François Gerardus Wagner, die als gouverneur op Curaçao werkzaam was van 1870 tot 1877. Het eerste kind van Anna Maria Jane Wagner en John Godden, Mary Wagner Godden, wordt geboren in 1878 of 1879 in Islington, England. Dat betekent dat op dat moment in ieder geval de echtgenote van John Godden in Engeland was. Hun tweede kind, William Herman Godden wordt geboren op 8 januari 1880 op Curaçao.
Op 3 november 1887 overlijdt Anna Maria Jane Wagner. Ter nagedachtenis aan haar richtte John Godden op het kerkhof van St. Mary in Sampford Spiney in Devon England het Godden Mausoleum op. Volgens de tekst bij dit mausoleum zou John Godden in totaal 10 kinderen hebben gehad, 6 met zijn eerste vrouw en 4 met zijn tweede vrouw. Uit de diverse volkstellingen blijken echter maar 6 kinderen, 3 uit het eerste huwelijk en 3 uit het tweede huwelijk. Deze twee gegevens hoeven niet met elkaar in strijd te zijn, want als de kinderen bij de geboorte of snel erna zijn overleden, dan zijn ze niet geregistreerd bij de volkstellingen.
In 1889 komt aan de export van fosfaat uit de Tafelberg door John Godden een einde. John Godden overlijdt in 1938.
Zijn zoon, William Herman Godden, onderzoekt in 1906 de mogelijkheid om de fosfaatmijn op de Tafelberg nieuw leven in te blazen. In 1912 koopt hij de plantage Santa Barbara op een openbare veiling. Hij richt de Mijnmaatschappij Curaçao (MMC) op en begint weer met de exploitatie van fosfaat.