Sisal plantage op Malpais

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Malpais sisal 20190808 019 webOp donderdag 8 augustus 2019 gingen Anita en ik al vroeg op pad om te gaan zoeken naar een gebouwtje, dat Anita had gezien op een foto uit ongeveer 1920. Op die foto (zie fotogallerij) is in een panorama de oude magasina van Malpais te zien met daartegenover het gebouw, dat ik tijdens mijn wandelingen placht aan te duiden met de melkfabriek. Op de heuvel achter die melkfabriek is een lichtgekleurd gebouwtje te zien. Een goede reden om eens te gaan kijken. Het idee hiertoe was al in het voorjaar ontstaan, maar toen was de natuur nog erg groen en daardoor moeilijk toegankelijk. Dat is intussen flink veranderd door het gebrek aan regen van de afgelopen maanden. Bijna alle planten zijn in hun "winterslaap", d.w.z. dat alle bladeren zijn afgestorven om zo min mogelijk vocht te verliezen. Op die manier komen de planten hier de droge periode heelhuids door. Voordeel voor ons is dat de helling er nu een stuk toegankelijker uit ziet.
Maar eerst even wat historische informatie om een en ander in een context te plaatsen.

Voormalige sisal plantage op Malpais

Zoals gezegd duidde ik het gebouw tegenover de magasina van Malpais aan als de voormalige melkfabriek. Op zich juist, maar intussen is gebleken dat dit gebouw eerst een andere functie heeft gehad, namelijk een fabriek om gedroogde sisalbladeren te verwerken tot een product om touw mee te maken. Het gebouw blijkt voor dat doel gebouwd te zijn in 1917, dus ruim voordat het in gebruik was als melkfabriek.

Maar waarom een fabriek voor de verwerking van sisal? Het blijkt dat eind 19e eeuw voor het eerst serieus werd gekeken naar de mogelijkheid om sisal te gaan verbouwen op Curaçao. Dat gebeurde al in een aantal omliggende landen, maar niet op Curaçao.  In 1898 komt er een studie uit van de hand van J.H.J Hamelberg onder de titel "Een nieuwe cultuur voor de kolonie Curaçao"; in deze studie is o.a. een kosten/baten analyse opgenomen, al blijkt die niet volledig te zijn en op theoretische basis opgezet en niet op daadwerkelijke ervaringen. Kort gezegd komt het erop neer dat het grootschalig aangepakt moet worden, omdat de opbrengst sneller stijgt naarmate de aanplant groter wordt.

Een aantal experimenten wordt uitgevoerd in de periode tot 1907 op een aantal plantages op Curaçao, maar behalve dat ze slecht uitgevoerd zijn, zijn ze ook te kleinschalig opgezet. Voeg daarbij een periode van grote droogte en het resultaat is voorspelbaar slecht.
Een nieuw experiment op de plantage Plantersrust in 1908 laat zien dat onder goede condities met de Agave sisilana goede resultaten bereikt kunnen worden. Deze proef kan als geslaagd worden beschouwd, maar het project wordt niet voortgezet.

In 1910 wordt op de plantage Malpais de zaak groot aangepakt. Er wordt 200 hectaren van het terrein geleased van de toenmalige eigenaar, die bovendien een optie geeft voor 30 jaar om voor fl 40.000,- de hele 960 hectaren grote plantage te kopen.
Hoewel op papier de plannen groot waren, blijkt eind 1911 slechts 16 hectaren daadwerkelijk aangeplant te zijn. In 1912 wordt uitstel van de deadline verleend met nog eens 24 maanden, zodat de 200 hectaren aangeplant moet zijn op 30 juni 1914. Aanvullend wordt de voorwaarde gesteld dat dit in 1921 uitgebreid moet zijn tot 300 hetaren.
Tegenslagen in de vorm van extreme droogte van juni 1911 tot oktober 1912, waardoor een deel van de aanplant verloren gaat, en de vaststelling in 1913 dat een deel van het verkregen land niet geschikt is voor aanplant van sisal leiden ertoe dat ook die nieuwe deadline niet wordt gehaald. Op 30 juni 1914 is slechts 70 van de 200 hectaren aangeplant. Er wordt weer een jaar uitstel verleend, maar ook 1914 blijkt een zeer droog jaar te zijn, waardoor de groei stagneert. Eind 1914 is er daardoor nog geen zicht op een eerste oogst.

Er treedt een periode op van moeizame fondswerving, waarin ook een reorganisatie van het management wordt doorgevoerd;  dat leidt ertoe dat in 1917 het tij begint te keren. Er wordt in dat jaar 110 hectaren aangeplant en de door de droogte opengevallen plekken worden weer ingevuld met nieuwe planten. Er wordt een verwerkingsmachine besteld met een capaciteit van 1000 kg sisalbladeren per dag en de verwerkingsfabriek wordt zo goed mogelijk afgebouwd.

In 1918 wordt een kleine oogst gerealiseerd. Die blijkt van goede kwaliteit te zijn. Er had meer geoogst kunnen worden, maar de verwerkingsmachine was te laat besteld om op tijd beschikbaar te zijn. Er is wel reden tot optimisme, want er wordt in dat jaar nog eens 60 hectaren aangeplant.

In 1919 volgt dan eindelijk de eerste echte oogst van 35 hectaren. Dat levert na verwerking in juli 1920 in totaal 80 ton opbrengst op waarvan 14 ton naar Nederland wordt geëxporteerd en de resterende 66 ton naar de USA. Helaas was op dat moment de marktprijs laag, waardoor de financiële opbrengst tegenviel. In alle jaren was fl 32.615,- aan opbrengst gerealiseerd, waar in totaal fl 410.000,- aan uitgaven tegenover stonden. Daarmee werd het einde ingeluid. Op 29 juni 1922 wordt de onderneming failliet verklaad met grote verliezen voor de overheid en overige investeerders.
Daarmee kwam er een einde aan de sisalproductie op Curaçao.

Bron: VAN SOEST, JAAP. “Sisal in Curacao: an Experiment That Failed (1896-1925).” Boletín De Estudios Latinoamericanos y Del Caribe, no. 18, 1975, pp. 88–111. JSTOR, www.jstor.org/stable/25674913.

Restanten van de sisal-plantage op Malpais

Daarmee komen we weer terug bij onze speurtocht. De verwerkingsfabriek is bij veel mensen al bekend. Curaçao Hiking heeft die fabriek opgenomen in de wandeling door Malpais. In de wandeling naar de Seru Jamanika is ook heel duidelijk te zien dat in dat gebied sisal-planten hebben gestaan en nog steeds staan. Deze planten onderscheiden zich van de meer bekende Agave-soorten, door relatief lange en smallere bladeren met aan de rand weinig tot geen stekels.

Achter de magasina waren houten droogrekken geplaatst, waarop de geoogste sisalbladeren in de zon werden gedroogd. Daarna werden ze overgebracht naar de sisalfabriek, waar ze verder werden verwerkt in de pers en verwerkingsmachine (zie foto''s in de gallerij). Van die houten droogrekken is niets meer te vinden; hoogstwaarschijnlijk is al het hout in de loop van de jaren vergaan of voor iets anders gebruikt.
In de fabriek is ook niets meer te vinden van de verwerkingsmachines; waarschijnlijk zijn die in het failissement verkocht en weggehaald. Bovendien is in dit gebouw later een melkfabriek gevestigd, waardoor het geheel opnieuw is ingericht. Van die activiteit zijn de sporen nog wel te zien in de vorm van verroeste rechthoekige melkblikken en ronde melkpoederblikken.

Wat nog niet bekend was is of het gebouwtje op de panoramafoto er nog is en wat de rol ervan is geweest. Dus vandaar dat we vol goede moed de helling achter de fabriek beklommen. In eerste instantie leek dit tot geen resultaat te leiden, want we troffen pleisterwerk aan in een gebied dat overhoop gehaald leek te zijn. Maar Anita zag iets hoger en iets meer Westelijk op de helling vaag iets wat op een gebouwtje leek. Dat bleek een zwaar gebouwd iets te zijn. In eerste instantie dacht ik aan een soort bunker, omdat er aan de voorkant zware steunberen waren gebouwd en het dak los leek te liggen, zoals gebruikelijk is in een munitiebunker. Ik bleek ongelijk te hebben. Logisch, want het gebouw stond op een foto van ca 1920 en in dit gebied was er geen sprake van een fort of munitie-opslagplaats. Het bleek een stevig gebouwde grote waterbak te zijn.
Dit bouwwerk blijk ook voor te komen op de kadasterkaarten van 1962, 1982 en 1993 en uiteraard niet op de Werbata-kaart uit 1909. Op de kaart van 1962 lijkt ook een verbinding aangegeven te zijn tussen deze waterbak een een Noordelijker gelegen waterput. Waarschijnlijk werd uit die put het water opgepompt en opgeslagen in de waterbak om vervolgens gebruikt te worden bij de sisalverwerking.
De bak is in vrij goede staat. De leiding is in de bak aan de onderzijde verweerd en aan de buitenzijde afgebroken. Maar de leiding buiten de bak is nog goed te volgen van de bak naar beneden. Daar lijkt hij aan de Westelijke zijde van de fabriek gelopen te hebben. 
Vreemd genoeg zijn er geen overlopen aanwezig in de bak, dus waarschijnlijk werd de pomp handmatig gestopt als er voldoende water in de bak was gepompt. Dezelfde leiding lijkt gebruikt te zijn om het water uit de bak naar de fabriek te leiden; Er ligt een T-stuk los op het terrein naast de fabriek, waarmee mogelijk de richting van het water werd geregeld.

Al met al een succesvolle speurtocht, waarmee een stukje van een weinig bekende historie bevestigd wordt.

Hieronder enkele historische foto's van ca 1920 (bron: https://digitalcollections.universiteitleiden.nl/view/item/910190) en de foto's van de speurtocht van 8 augustus.