Den Dunki en Jan Thiel

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Den Dunki 20150910 002 smallOp donderdag 10 september 2015 gingen de archeologische speurneuzen voor een trip naar de Band'ariba (Oost) zijde van het eiland. Twee doelen daar: het gebied van Den Dunki ook bekend als Parke Sorsaka en een gebied ten oosten van landhuis Jan Thiel. 
Voor ons eerste doel parkeerden we de auto's dicht bij de ingang van Den Dunki rond 8 uur 's morgens. Er zijn verschillende verhalen in omloop over Den Dunki. Het zou een slavenkamp zijn geweest, waar de zieke slaven konden bijkomen voordat ze werden verkocht. Dat verhaal wordt niet ondersteund door documentatie of archeologische vondsten. De meeste slaven werden van schip naar schip verkocht, want de meeste slaven gingen naar andere gebieden in het Caribisch gebied. Curaçao was een doorvoerhaven. Naar mijn mening is het niet erg waarschijnlijk dat juist de zieke, zwakke slaven een behoorlijke afstand moesten lopen van de haven naar dit gebied (en hetzelfde geldt voor St. Joris) en na herstel weer terug moesten lopen naar de haven om verkocht te worden. Het is waarschijnlijker dat de slaven direct na aankomst werden verkocht voor een lagere prijs. En zelfs al zouden er slavenkampen zijn geweest, waar de zieke slaven konden herstellen, dan is het waarschijnlijker dat daarvoor een of meer van de WIC-plantages zouden zijn gebruikt, die in de buurt van de haven lagen. Maar ook voor deze theorie is er geen ondersteunende documentatie, dus iedereen moet zelf zijn of haar conclusie trekken over het gebruik van Den Dunki als slavenkamp.

Het andere gebruik van Den Dunki is als een recreatiepark voor de eigenaren van de plantage, de familie Gorsira. Toen het landhuis werd gerestaureerd of herbouwd in 1876 werd ook een Zwanenpark aangelegd naast het landhuis. Dat is wat nu bekend is als Den Dunki of Parke Sorsaka. Het was een park met daarin een monumentale brug over een beekje, een grote put, een siervijver en nog een siervijver met waarschijnlijk een fontein. De naam van het park verwijst naar het feit dat er zwanen zwommen in de waterwerken. Wat nu nog over is van dat zwanenpark is de monumentale brug, de grote put en een deel van een van de siervijvers. Tijdens opgravingen, die hier zijn uitgevoerd en gedocumenteerd door Jay Haviser, zijn ook de restanten gevonden van een tweede siervijver. Die lag ook toen al volledig onder de grond. 
Het derde verhaal gaat over de monumentale brug. Die zou zijn gebruikt om de slaven tentoon te stellen voor de verkoop. Dat verhaal kan niet waar zijn, want de brug dateert van na de afschaffing van de slavernij.

De speciale aandacht van de speurneuzen ging uit naar de resten van een van de siervijvers. Drie wanden van die vijver suggereren een grote waterbak, waarin half-cirkelvormige wandjes zijn gebouwd. Kan het zijn dat de originele waterbak een van de bakken van een indigobaksysteem is geweest? De drie nog aanwezige wanden sluiten een oppervlakte in, die overeenkomt met de omvang van een van de twee grote bakken van een indigobaksysteem. Er zijn ook IJsselstenen aanwezig en roze waterdicht pleisterwerk. Probleem is dat deze componenten ook gebruikt zouden worden bij de constructie van een siervijver. De wanden van de bak zijn duidelijk smaller dan we gewend zijn van indigobakken. Zonder verdere opgraving is niet vast te stellen of de andere twee bakken van een indigobaksysteem aanwezig zijn. Dus ons onderzoek levert geen duidelijke conclusie op. Mijn indruk is dat het een nieuw gebouwde siervijver is en niet een hergebruik van een van de bakken van een indigobaksysteem. Die conclusie is met name gebaseerd op de dikte van de wanden en het ontbreken van enige aanduiding van een van de andere twee bakken van een indigobaksysteem. 

Jan Thiel 20150910 021 smallOnze volgende stop was dichtbij het landhuis van Jan Thiel. In dat gebied zijn diverse putten en dammen aangegeven op de Werbata kaart. Daarmee is het een interessant gebied voor nader onderzoek. 
We parkeerden onze auto's op een veldje langs de weg naar het landhuis. Daar begint een pad, dat wordt gebruikt door mountainbikers en wandelaars. Voor ons betekende het letterlijk een 'walk in the park' vergeleken met onze normale tochten door dichte vegetatie. 
Het is inderdaad een parkachtige omgeving met Tamarinde bomen, Kenepa bomen en enkele zeer grote Mahokbomen. Ook zijn er diverse irrigatiekanalen, die wijzen op een gebruik voor landbouw. 

We vonden alle op de kaart aangegeven putten en nog enkele meer. Die extra putten dateren waarschijnlijk van na het begin van de 20e eeuw toen de Werbatakaart werd gemaakt. Erg interessant was een grote waterbak met een klein aangebouwd huisje. De constructie suggereert dat het om een oude waterbak en gebouw gaat, maar het staat niet aangegeven op de Werbatakaart. Werbata zou een dergelijke grote constructie niet over het hoofd hebben gezien en dat betekent dat het van na 1906 moet zijn. We vonden enkele cijfers in het pleisterwerk waarvan leesbaar 51. Dat suggereert dat het bouwwerk dateert van 1951. Dat lijkt onwaarschijnlijk als we kijken naar de bouwwijze van zowel de waterbak als het oude deel van het gebouwtje. Die lijken beide veel ouder. Ook hier hebben we dus geen duidelijk uitsluitsel kunnnen vinden. 

We beëindigden deze keer onze tocht vrij vroeg; rond half twaalf waren we terug bij de auto's.