Hato plantage

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

François had voor de groep werkgroepleden en vrienden, die door de week niet mee kunnen met onze wandelingen (werken is soms hinderlijk), op zaterdag 25 september een tocht georganiseerd naar de plantage van Hato. Het verzamelpunt was het parkeerterrein van het Airport hotel. Dat ligt direct naast de weg naar het Landhuis Hato, zodat we vanaf de parkeerplaats wandelend verder konden gaan. François was voor de gelegenheid gewapend met zijn snoeischaar, die hij op de parkeerplaats nog eens extra aanscherpte, om voor de gasten het pad te banen. Even na vieren vertrokken we richting de oude weg langs het landhuis

Naast de muur van het landhuis gaf François uitleg over het gebied. Deze keer bleek er ook andere expertise in de groep aanwezig te zijn, dan wat binnen ons vaste donderdag groepje aanwezig is, dus we kregen vanuit diverse hoeken aanvullingen op het verhaal van François. Dat maakte deze tocht extra interessant. Wat de tocht ook afwijkend maakte van de eerste keer dat ik hier kwam enkele weken geleden, is dat het recent zeer veel heeft geregend. HatoPlantage_20100925_017Dat klinkt in eerste instantie negatief, maar tijdens de wandeling bleek dat er door de vochtige omgeving overal paddestoelen zijn opgekomen. Ik heb nog nooit tijdens een enkele wandeling zoveel verschillende paddestoelen gezien. De foto hiernaast laat een groep zien van een kleine, maar erg mooie paddestoel. Elk van deze paddestoelen heeft een hoed, die niet groter is dan 1 cm in doorsnede. Het patroon op die hoed lijkt op de iris van een oog. Een prachtig gezicht. Verder stonden er paddestoelen met gekartelde rand, die ik ook nooit eerder heb gezien en meer gebruikelijke soorten.
Hoog in de bomen bij het kerkhof zagen we diverse Dama di Anochi, die elk een of meer grote gesloten bloeiknoppen hadden. Eigenlijk was er dus voldoende reden om 's avonds terug te gaan, maar dat heb ik toch niet gedaan.

François leidde ons als eerste over de oude weg naar het huis. Daar gingen we van de weg af, bekeken het huis vanaf de buitenkant en gingen vervolgens naar het kerkhof, dat vlak achter het huis ligt. Volgens José zou een van de graven een grafzerk hebben gehad. Dat zou het graf kunnen zijn, waar geen cilinder op ligt. Daarvan is de bovenkant vlak en daar zou een grafzerk op gelegen kunnen hebben.

Vervolgens ging de route verder naar de bron, die overdekt is met een soort huisje. Vlak daarbij kun je het water zien stromen. Door de vele regen produceren deze bronnen ook meer water dan we de vorige keer hebben gezien.
Lucie en ik hebben nog een kort uitstapje gemaakt naar de Roll-o-Pactor, die we de vorige keer hadden gevonden. Allan van der Ree wilde weten of er een jaartal op staat. Als daaruit zou blijken dat de machine van vóór of tijdens de tweede wereldoorlog is, dan zou hij gebruikt kunnen zijn bij het aanleggen/uitbreiden van de startbanen van het vliegveld. Helaas hebben we geen jaartal kunnen ontdekken.

Vanaf de bron gingen we naar de twee grote waterbakken. De planten, die er omheen groeien, hebben een flinke groeispurt gemaakt dankzij de regen, want het is nu niet meer mogelijk om over de rand van de bak naar de tweede bak te lopen. De vorige keer hebben Fred en ik dat nog wel kunnen doen.

Het grote waterzuiveringsgebouw was de volgende stop en daarna hebben we de "mysterieuze gebouwen" nog bekeken. Meer en meer is de vaststelling dat dit gevangenissen zijn geweest uit de slaventijd.
Na een moment van rust op de muur van de waterbak gingen we terug naar de parkeerplaats van het hotel, waar we, na even nababbelen, afscheid namen van elkaar. Een geslaagde tocht waaraan gelukkig ook het weer meewerkte

.