Op zoek naar indianensite C-052 op de Seroe Teintje

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Seroe Teintje 20150716 021 smallNadat we vorige week tevergeefs hadden gezocht naar de indianensite C-053 wilden we deze week ons geluk proberen met het zoeken naar site C-052 op de helling van de Seroe Teintje (Werbata), ook bekend als Seru Treinchi (Kadaster 1993). We troffen elkaar weer op de parkeerplaats van het Christoffel nationaal park op donderdag 16 juli 2015 om 8 uur 's morgens. De groep bestond deze keer uit François, Fred, Eddy, Hetty en mij. We gingen verder met één auto naar een punt bij een rooi, die ons zou leiden richting de plaats van de site, zoals opgegeven door Jay Haviser in zijn publicatie over "Amerindian Cultural Geography on Curaçao". Zowel site C-053 als site C-052 zijn opgetekemd door Juliana/Brenneker in 1968. Beide sites hebben een diameter van ongeveer 25 meter. In een diameter van 50 meter zouden verspreid schelpen kunnen voorkomen. De sites zelf zouden schelpen, stenen en aardewerk bevatten.

We begonnen onze tocht in een diepe rooi. Na enige tijd vonden we een constructie bestaande uit een viertal pilaren met in de zijkant van die pilaren gaten, alsof er in het verleden houten balken in geplaatst waren om zo een hek te vormen. Hoogstwaarschijnlijk zijn dit de restanten van het hek van Koraal Mainsjie, zoals te zien is op de Werbatakaart. 

We vervolgden onze wandeling en vonden een dam. Eigenlijk een wat vreemde dam, want het water kon eronderdoor stromen. Hoogstwaarschijnlijk is het onderste deel van de dam geërodeerd of ingestort en dat betekent dat er nu een soort brug over de rooi ligt. Een perfecte gelegenheid voor Fred om onder de dam door te kruipen. Dat bleek moeilijker dan gedacht, want op de grond lagen de stekels van de Wabi. Maar het lukte hem (uiteraard!).

Aan de voet van de Seroe Teintje ongeveer onder de locatie van de site besloten we een brede lijn te vormen en dan naar boven te gaan. Op die manier bestreken we zoveel mogelijk terrein. Ik was aan het uiterste linkse eind van de lijn met Fred rechts van mij en de anderen nog verder naar rechts. Individueel gingen we naar boven intussen uitkijkend naar sporen van de indianensite. Toen ik aankwam op de exacte locatie als aangegeven door Jay Haviser ging ik op dezelfde hoogte nog verder naar links (Noordoosten). Zonder succes. Wat ik wel vond of beter gezegd hoorde, waren bijen. Voor de zekerheid pakte ik alvast de spuitbus met insectenspray uit mijn rugzak. Fred deed hetzelfde nadat ik hem had gewaarschuwd voor de bijen.
Na een tijd gezocht te hebben besloten we naar de top te gaan van de Seroe Teintje, waar we de anderen weer zouden treffen. We waren het erover eens dat er geen spoor was van een indianensite, maar we waren het er ook over eens dat dit ook niet echt een logische locatie was voor een indianensite. De anderen bleken ook geen indianensite gevonden te hebben. Blijkbaar zijn de locaties op de kaart gemaakt door Jay Haviser niet echt betrouwbaar. Hopelijk is er een betere kaart van de indianensites anders zijn ze 'verloren' tenzij ze bij toeval herontdekt worden. 

We hielden onze traditionale appelpauze op de top van de Seroe Teintje (Werbata) en gingen daarna door naar de top van de Seru Treinchi (Kadaster). Het verschil in hoogte is slechts enkele meters en dat ligt waarschijnlijk binnen de nauwkeurigheid van de toendertijd (1909 versus 1993) in gebruik zijnde apparatuur.
We daalden af aan de Noordelijke zijde van de berg in de richting van twee dammen en een put, die zijn aangegeven op de Werbatakaart. Maar voordat we die vonden, troffen we nog een deel aan van het vroegere hek van Koraal Mainsjie. We vonden weer vergelijkbare pilaren met openingen in de zijkant. 
François, Eddy en Hetty besloten een rustpauze te nemen bij dat hek in de schaduw van wat bomen, terwijl Fred en ik verder gingen in de richting van de dammen. We vonden een grote dam met een constructie vergelijkbaar met de eerdere dam behalve dat hier de onderkant van de dam wel intact was. Blijkbaar is op beide plaatsen eerst een lagere dam gebouwd, die later is verhoogd door er een extra laag op te plaatsen. De constructie van de tweede laag was steviger dan de eerdere lagere dam, waardoor dit deel zijn eigen gewicht kon dragen als de onderkant instortte, zoals is gebeurd bij de eerder gevonden dam.
Dichtbij vonden we ook de stenen put; aan de binnenkant van deze put waren balken aangebracht met aan het uiteinde daarvan in sommige nog een stevige bout. Blijkbaar was er een soort trap aan de binnenkant van deze put. Dichtbij de put vonden we ook de restanten van een tweede, kleinere dam. Gek genoeg had deze dam, ook al was hij klein, kleine steunberen alsof hij extra versterking nodig had om de druk van het water te weerstaan. 

Daarvandaan wandelden we terug langs het voormalige hek van Koraal Mainsjie naar de auto. Onderweg kwamen we een grote uitkijktoren tegen. De constructie hiervan leek niet meer zo stevig, maar Fred was bereid zijn leven te wagen om naar boven te gaan en daar te kijken hoe we het beste verder konden gaan. 

In dit verslag is nog niet vermeld dat we onderweg mooie grote bomen tegenkwamen (Wayaka, Palu di sia, Brasia) en verschillende planten, die in bloei stonden. Het heeft de afgelopen dagen enkele keren geregend en de natuur profiteert van dit water om nieuw blad te vormen en te bloeien. Dus ook al vonden we niet de indianensite C-052, we hadden toch weer een hele mooie tocht.