Seru Nobo op de plantage Cas Abou

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Op donderdag gingen de archeologie speurneuzen op zoek naar sporen van indiaanse bewoning op de Seru Nobo op de plantage van Cas Abou. Net onder de top van de Seru Nobo hadden we, tijdens een voorgaand bezoek aan de ernaast liggende plantage Porto Marie, een zeer interessante nis gezien. Van de beheerder van Porto Marie hadden we toestemming om eerder dan de normale openingstijden de plantage te betreden en ook van de eigenaar van de plantage Cas Abou hadden we goedkeuring om het terrein van Cas Abou op te gaan.

Seru Nobo Cas Abou 20131003 015 smallWe gingen door de slagboom in de richting van Playa Dingo, maar namen een zijweg richting de grens met Cas Abou. Daar parkeerden we onze auto's. We besloten om niet via de korstste weg naar de top te gaan, maar een meer indirecte route te volgen, waardoor we het steilste deel van de helling konden vermijden. We hadden een tamelijk gemakkelijke wandeling door de struiken hoewel er dichte velden met Infrou waren en ook plaatsen met taaie lianen.
Tot onze verrassing vonden we grote en dichte velden van Mammillaria mammillaris. Op één plaats telden we er honderd. In totaal hebben we tijdens onze wandeling tussen de drie- en vierhonderd van deze, tot voor kort als zeldzaam beschouwde, cactussen gezien. De meeste groeien op de hogere kalksteenrotsen. We waren op zoek naar bloeiende cactussen, maar zagen geen enkele bloem. Diverse biologen op Curaçao en in Nederland zijn geïnteresseerd in de bloeiperiode van deze cactus en foto's van de bloemen. 

Na enige tijd bereikten we de nis onder de top. Daar troffen we geen duidelijke sporen van indiaanse bewoning aan. Maar de nis was groot en bood veel schaduw. Een goed moment voor een rustpauze met water en een appeltje.

We zetten onze tocht voort langs de steile helling. Maar al snel konden we niet verder zonder onacceptabele risico's te nemen. De beslissing om naar beneden te gaan was niet zo moeilijk, omdat we geen andere nissen verderop langs de rotswand zagen. We gingen terug totdat we een acceptabele route naar beneden vonden. Onderweg naar beneden bekeken we nog enkele nissen, maar geen van die nissen bevatten schelpen of indiaans gereedschap. We hebben dus niet gevonden, waar we voor kwamen. Daarentegen vonden we wel enkele Mammillaria cactussen met vruchten. Daarvan hebben we foto's gemaakt, omdat dit toch al een behoorlijke vondst was. 

Na de wandeling genoten we nog van een drankje bij de Willibrordus snack.

De grote verrassing kwam pas later toen we nauwkeuriger keken naar de foto's. Carel was de eerste die het zag. Er zaten twee bloemen op een van de cactussen met vruchten. Niemand van ons had dit gezien tijdens de tocht. De bloemen zijn klein, enigszins wit van kleur en zitten verborgen onder de stekels van de cactus. Ongetwijfeld waren er meer bloeiende cactussen, maar we wisten niet waar we op moesten letten en dus zagen we niets. Een uitdaging voor een volgende keer! Nodeloos om te vermelden dat de biologen zeer gelukkig waren met onze vondst.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit verslag.