Seroe Malora en omgeving

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Op de Werbatakaart bevindt zich een verzameling huisjes aan de voet van de Seroe Malora. Daarnaast bevindt zich in het Manzaliñabos tussen de twee weghelften van de weg naar Westpunt een tweetal tanki's. Reden genoeg om die omgeving eens aan een nader onderzoek te onderwerpen.
De speurneuzen François, Fred, Carel, Eddy en ik parkeerden onze auto's tegenover de afslag naar het landhuis Ascencion. Omdat ik het graf langs de weg naar Ascencion nog niet had gezien, gingen we daar eerst naar toe.

Seroe Malora 20121011 043 smallHet graf is gerestaureerd. Erin bevindt zich volgens een plaquette een van de laatste slavenopzichters ('vito') van de plantage Ascencion. Van de medeslaven kreeg hij de bijnaam Shon Martin, omdat hij zich gedroeg alsof hij de eigenaar van het landhuis was. Na zijn dood werd hij op zijn buik begraven met zijn hoofd uitkijkend op het landhuis, zodat hij altijd betrokken zou blijven met de activiteiten daar en nooit rust zou krijgen.

Vervolgens trokken we naar het Manzaliñabos tussen de beide weghelften. Een mooi bos, dat helaas flink vervuild is met afval.
Al snel vonden we de eerste tanki. Die stond droog en was dan ook alleen herkenbaar aan het feit dat het een dieper liggende plek is. Er komt water op uit van o.a. een rooi, die onder de weg door wordt geleid via een vrij moderne duiker.
Iets verderop vonden we de tweede tanki. Die bevatte nog wel wat water. Terwijl Fred en ik nog bezig waren de tanki te fotograferen en op de GPS vast te leggen, riep François dat we beslist moesten komen kijken. En wat bleek? Hij had de restanten gevonden van wat vroeger een indigobak is geweest. Grotendeels verwoest, maar met nog voldoende brokstukken van de bovenste en middelste bak om vast te stellen dat het hoogstwaarschijnlijk om een indigobak gaat. De restanten bevatten o.a. IJsselsteentjes en ze zijn waterdicht gemaakt met een specie van gemalen dakpannen, zoals we dat ook elders bij de indigobakken hebben aangetroffen. De lokatie in de onmiddellijke omgeving van water is ook juist. Een onverwachte en belangrijke vondst!

Daarna staken we de Zuidelijke weghelft over om de Seroe Malora aan een nader onderzoek te onderwerpen. Al heel snel vonden we restanten van niet al te oude bebouwing. Een fundering, die nog het meeste doet denken aan de barakken, die we gevonden hebben bij Blauwbaai en Hato. Mogelijk dat de Amerikanen hier in de oorlog ook een verblijf hebben opgezet.
Voordat we op zoek gingen naar de oude huisjes, trokken we eerst naar een subtop van deze (lage) berg. Daar namen François, Carel en Eddy een rustpauze, terwijl Fred en ik nog naar de echte top doorgingen. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, want we werden daarbij behoorlijk gehinderd door Palu di Lele, Wabi en Bringamosa. Gelukkig niet al te veel Infrou. Boven aangekomen speurden we de top af naar een Kadaster meetpunt, maar konden er geen vinden. Wel de restanten van een stapelmuur, opgetrokken uit diabaas stenen. En daartussen een diep in de grond geslagen ijzeren pen. Onduidelijk is waarvoor die heeft gediend, want de kop steekt niet boven de muur uit.

Dan richting de oude huisjes. Carel had een andere afspraak en verliet ons. Dat bleek een wijs besluit, want het zoeken naar het dorpje werd ons door de natuur nauwelijks gegund. Daar waar de huisjes gestaan hebben, staat nu een dicht cactusbos van Kadushi di Pushi (cactus met pluisjes op top en stam). Stel je daarbij ook nog een dichte begroeiing voor van Palu di Lele en een ondergrond met Infrou en je kunt je voorstellen dat het ons veel tijd kostte om dit terrein te doorzoeken. Nadat we de restanten van twee huisjes hadden gevonden - niet meer dan wat muurdelen en een stukje vloer - besloten we het dorpje dan maar het dorpje te laten. Wat overigens opviel is dat er bij deze huisjes geen artefacten liggen. Ook de inmiddels spreekwoordelijke po was niet aanwezig.

Als laatste gingen we op zoek naar de grote dam bij Koenoekoe Largoe (Werbata spelling). Nadat we een eerste dam, put en waterbak hadden gevonden, besloten François en Eddy tot een lange rustpauze. Terecht, want het was vreselijk warm; hoewel het manzaliñabos veel schaduw bood, hield het ook de weinige wind tegen. De 'jonge' speurneuzen, Fred en ik, gingen nog een eindje verder en vonden daar een indrukwekkende dam bestaande uit drie lagen, als eerste een brede fundering met daarop een tweede en een derde laag. Achter de dam bevonden zich grote losse kalkstenen, die waarschijnlijk een extra bescherming vormden voor de damwand. In de dam bevindt zich overigens een grote doorbraak precies daar waar de rooi loopt.
Teruglopend gingen Fred en ik nog een zijweg in en troffen daar ook nog een lagere damwand aan. Dit is duidelijk een gebied met veel waterwerken. Ook de muur langs de Zuidelijke helft van de weg naar Westpunt is feitelijk een dam met daarop de 'zittende boom'.

Een tocht, waarin we alles bereikt hebben wat we vooraf hadden beoogd en meer. Want dat we een indigobak zouden vinden, was beslist niet te voorzien.