Nogmaals de versteende duinen van San Pedro

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Na een eerste onderzoek van de nissen in de kliprand tussen het bovenste en het middenterras bij San Pedro, besloten we de speurtocht naar aanwijzingen van indiaanse aanwezigheid voort te zetten. Deze keer parkeerden we de auto's bij Rimas Soft Center. Daarvandaan konden we via een zandweg vrij snel weer op het punt bij de kliprand uitkomen, waar we de vorige keer onze tocht hadden beëindigd.

SanPedro 20120906 017 smallDe groep bestond deze keer uit François, Fred, Michèle, Carel, Dirk, Eddy en mij. De tocht over het bovenste terras naar de kliprand ging wat moeizamer dan de terugtocht de vorige keer, terwijl we toch nagenoeg dezelfde route namen. Fred had daarvoor een plausibele verklaring. Vanwege de heersende windrichting hadden we de vorige keer op de terugweg de takken mee; deze keer hadden we de takken in de tegengestelde richting van onze eigen looprichting staan, waardoor we er meer last van hadden. Bovendien waren we toch iets naast het vorige spoor, waardoor we in een gebied zaten met iets meer struiken met doornen. Toch lukte het ons om redelijk snel weer bij de kliprand te komen.

Na een korte rustpauze daalden we af naar het middenterras. Daar aangekomen gingen we eerst nog even poolshoogte nemen bij de oude grensmuur. Iets verder van de rotswand, dan waar we die muur de vorige keer hadden gezien, was hij nog mooi intact. Daarna trokken we naar de lage kliprand aan de onderkant van het duin. Vanuit de verte ziet die kliprand er uit als een stapelmuur, maar het is wel degelijk een rand van kalksteen. Eenzelfde lage kliprand blijkt er ook te zijn bij het volgende duin. Dat duin, het hoogste van de vier versteende duinen hier, beklimmen we. Dat blijkt, naarmate we de top naderen, steeds moeilijker te gaan. In tegenstelling tot het ernaast liggende duin, dat nagenoeg onbegroeid is, is dit duin voorzien van vele Divi-divi boompjes, Datu's (zuilcactussen) en Infrou's (schijfcactussen).

Boven op de top vinden we een Kadaster meetpunt met een nummer dat ik eerst interpreteerde als VH1176, maar dat waarschijnlijker toch VH1776 is.

Vanaf de top ziet de route naar en daarna langs de kliprand richting San Pedro er vrij moeilijk begaanbaar uit; bovendien is het nogal warm. François besluit het deze keer rustig aan te doen en Dirk sluit zich bij hem aan. Beiden gaan terug en zullen op de rest wachten in de koele abri bij het punt waar we naar het middenterras zijn gegaan. De rest baant zich een weg door de struiken naar de eerste nis. Die blijkt geen bijzonderheden te bevatten. Vlak langs de kliprand lopend onderzoeken we ook de volgende nissen richting San Pedro, maar in geen enkele van de nissen treffen we indicaties van indiaanse aanwezigheid aan. Wel vinden we onder aan de kliprand verspreid enkele grote schelpen (waarschijnlijk een Indiaans maal) en enkele kelderflessen. Beide vondsten zijn bijzonder, want het betekent dat er in het verleden sporadisch wel mensen kwamen. Nagenoeg geen hedendaagse rommel met één uitzondering: een handtas zonder inhoud. Mogelijk na een beroving van het bovenste terras naar beneden gegooid.

De tocht langs de kliprand was af en toe best pittig en we waren dan ook allemaal blij toen we de lekker koele abri bereikten waar François en Dirk, beiden inmiddels goed uitgerust, op ons hadden gewacht. Nadat ook de rest van de groep was bijgekomen, beklommen we weer de kliprand en trokken we richting de auto's.