De versteende duinen van San Pedro

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Op donderdag  30 augustus ging ik weer met de speurneuzen mee; deze keer ging de tocht naar de versteende duinen bij San Pedro. Er is een periode geweest dat het tweede terras het strand vormde aan de Noordkant. Dat is nog goed te zien aan de versteende laag kalksteen, die hier boven op de grond ligt en aan enkele glooiende heuvels, de voormalige duinen in dit gebied.

Ons doel was het inventariseren van de nissen in de rotswand tussen het boven en middenterras. Mogelijk dat deze nissen in gebruik zijn geweest door de indianen. François, Fred, Michèle, Carel, Dirk, Eddy, mijn vrouw Frances en ik trokken vanaf de plek, waar we onze auto's hadden geparkeerd, richting de kliprand.

SanPedro 20120830 020 smallDe begroeiing viel redelijk mee totdat we besloten om via een rooi door te steken naar het middenterras. De rooi zelf was niet zo eenvoudig begaanbaar. Maar de speurneuzen hebben voor hetere vuren gestaan. Na enige worstelingen met de natuur bereikten we het middenterras. Toen we ons op het middenterras een weg aan het banen waren naar de kliprand richting de eerste nis, bleken we al op enige afstand een grote hoeveelheid bijen die nis in en uit te zien vliegen. Geen goed teken en we besloten in een grote boog om de nis heen te gaan. Totdat bleek dat er een erg groot bijennest in die nis hing. Mooi genoeg voor Carel, Michèle en mij om te besluiten het risico te nemen en dichterbij te gaan voor wat foto's. De rest van de groep bleef op veilige afstand toekijken. De gewaagde expeditie naar de nis slaagde en alledrie de fotografen schoten enkele mooie plaatjes. Verdere inspectie van de nis maakte duidelijk dat deze niet in gebruik is geweest door indianen. Niet één schelp te vinden of andere aanduiding van bewoning.

We liepen dicht langs de kliprand, waarbij Fred steeds naar boven klom om in de hogere nissen poolshoogte te nemen. In een van die hogere nissen vond hij wat skeletjes en iets wat op uileballen leek. En een enkele oude schelp. Iets verderop vonden we op de grond een dode uil, mogelijk dezelfde, die de hogere nis heeft gebruikt als etens- en rustplaats.

We passeerden de plantagegrens tussen San Pedro en Hato. De stapelmuur, die de scheiding vormde is nog duidelijk aanwezig en sluit aan op de kliprand. Toen we iets verderop een grote en vooral koele nis vonden, helaas ook zonder sporen van bewoning door indianen, namen we een lange rustpauze. Omdat we niet wisten hoe moeilijk de terugweg zou zijn, besloten we om voor deze tocht een punt te zetten achter het onderzoeken van verdere nissen. We beklommen de kliprand, wat vrij gemakkelijk bleek te gaan. Boven aangekomen namen Fred en ik een referentiepunt met de GPS, zodat we de volgende keer vanaf dit punt verder kunnen zoeken.

De weg terug over het bovenste terras bleek aanzienlijk eenvoudiger te zijn, dan we hadden verwacht. Geen wabi's, die ons het leven zuur maakten en ook geen infrou's om voor op te passen. Slechts vrij laag blijvende boompjes zonder stekels met daartussen voldoende ruimte om te lopen over het kalkplateau. We waren dan ook in een mum van tijd bij de zandweg. Ook daar hebben we een referentiepunt genomen, zodat we de volgende keer met een minimale inspanning onze speurtocht kunnen voortzetten.