Weer naar de Seru Kalki op Spaansche Put

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Omdat we op 14 juni 2012 tijdens een tocht rondom de Seru Kalki sporen hadden gevonden van een indianensite, lag een tweede bezoek om te zoeken naar meer sporen voor de hand. Op 5 juli 2012 verzamelden we ons daarom weer om 8:30u voor de slagboom van de ingang van Spaansche Put. De groep bestond deze keer uit François, Fred, Carel, Hetty, Eddy, André en mij. Nadat François de poort had geopend reden we richting Pos Spaño. Daar aangekomen zagen we dat er gekampeerd werd. Een grote groep jeugdigen met enkele volwassenen hadden een groot kamp opgeslagen inclusief slaap-, douche- en kookgelegenheid. We maakten kennis en legden kort uit wat we gingen doen. Daarna gingen we vol goede moed op pad.

SpaanschePut 20120705 023 small

De indianensite, die we de vorige keer hadden gezien, ligt aan de andere zijde van de berg, dus we wilden er naar toe door dwars over de berg te trekken en dan aan de achterzijde langs de kliprand te lopen op zoek naar deze en andere nissen.
Bij de indigobakken gingen we frontaal de Seru Kalki op. Dat ging vrij redelijk. De begroeiing viel mee en de helling was te behappen. We maakten een goede voortgang naar boven totdat we de eerste rotswand bereikten. Hetty en Carel waren intussen achterop geraakt, omdat ze een nis wilden bestuderen. Wij werkten ons over de rotsen naar boven en wachtten daar op Carel en Hetty. Dat duurde vrij lang en uiteindelijk kreeg François telefoon: De zool van een van de schoenen van Carel had over de volle lengte losgelaten en verder lopen zat er voor hem niet in. Hij ging terug. Hetty kwam wel naar boven. Intussen goot het behoorlijk en we werden dan ook allemaal flink nat, want de bomen gaven weinig beschutting.

Weer allemaal bij elkaar trokken we verder richting de top intussen genietend van de natuur en af en toe van het uitzicht. De tocht over de berg nam meer tijd dan we hadden voorzien. Met name aan de andere kant van de berg werd de mondi steeds dichter. Uiteindelijk kwamen we pas even na elf uur aan bij de indianensite. Een afstand van hemelsbreed ongeveer 500 meter in ruim 2 uur. Een rustpauze met de gelegenheid om de interne watervoorraad weer op pijl te brengen was dan ook zeker op zijn plaats (zie foto).
In de directe omgeving vonden we nog meer schelpen. Ook bij een vlakbij gelegen alleenstaande grote rots, hetgeen een theorie van André bevestigt dat een dergelijke alleenstaande rots met in de omgeving nissen vaak een plek is waar de indianen vertoefden.

We zetten onze speurtocht voort langs de kliprand. Dat bleek gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de begroeiing was inmiddels zo dicht geworden dat we nauwelijks nog vooruit kwamen. Uiteindelijk bleek dat we een uur deden om 50 meter verder te komen. We vonden daarbij nog enkele nissen, waaronder een zeer fraaie met een opstaande rand aan de voorzijde en een zandbed onder de overkapping. Maar we troffen maar in één van die nissen een enkele grote karkoschelp aan, dus het is onzeker of die andere nissen ook zijn gebruikt door de indianen.

Toen duidelijk werd dat we met het inmiddels bereikte lage tempo pas tegen 4 uur weer bij de auto's zouden aankomen besloten we om niet verder langs de kliprand te lopen, maar af te dalen en langs de grensmuur met de plantage San Nicolaas te gaan lopen. Daar hadden we tijdens het vorige bezoek gelopen, waardoor er een deels vrijgemaakt pad was. We konden het tempo dan ook goed verhogen en na korte tijd bereikten we de kust. Daarna vervolgden we onze tocht boven over het plateau evenwijdig aan de kust totdat we bij het strand van Pos Spaño aankwamen. Onze enige hindernis was nog om van de vrij hoge kliprand af te komen, maar met François als leidsman vonden we een veilige plek om dat te doen.

Weer aangekomen bij de groep kampeerders werden we elk verhaald op een koele beker punch, die we dan ook dankbaar aannamen. Als tegenprestatie vertelde François aan de aandachtig luisterende groep wat archeologie inhoudt en wat wij zoal doen als werkgroep Archeologie van het NAAM. Ook vertelde hij waar de naam Pos Spaño vandaan kwam en gaf hij uitleg over het proces van het verwerken van de indigo tot blauwsel. Carel vulde het verhaal aan met uitleg over een door hem gevonden bodem van een kelderfles, waarbij hij uit de doeken deed hoe het proces verliep van het blazen en in vorm brengen van dit soort flessen.

Om 14u vertrokken we weer richting huis na een extra lange en soms moeizame tocht door de natuur op de Seru Kalki.