Kalkovens en abri's bij de Seru Popchi

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Naar aanleiding van de beschrijving van een eerdere wandeling in dit gebied (zie Langs Saliña St. Marie naar Kloof) kregen we een tip van Tony de Haas dat er een tweede kalkoven zou liggen achter de kalkoven, die we tijdens die wandeling hadden bezocht. Voldoende reden om die kalkoven nogmaals te bezoeken. Bovendien liggen er op de helling boven de kalkoven diverse interessant uitziende abri's; dat zijn grote nissen in de rotswand, die in het verre verleden mogelijk door de indianen zijn gebruikt als beschutting.
Op donderdag 26 mei 2011 vertrokken François, Fred, Dirk, Michèle en ik vanaf de snack van St. Willebrordus in richting van de Oostelijke rand van de saliña.

Kalkovens_en_Seru_Popchi_20110526_046_smallHet water in de saliña staat vrij hoog, dus het water komt tot dicht aan de rand van het pad. Op sommige plaatsen betekent dit dat we het niet helemaal droog houden, maar over het algemeen is het pad langs de saliña goed begaanbaar. Na enige tijd bereiken we de kalkoven. Deze kalkoven is nog goed intact, al begint hij wat sluitage te vertonen. Onderin is duidelijk de opening te zien, waar gestookt werd. De buitenzijde van de oven is aan de achterzijde nog mooi bepleisterd. De binnenwand is prachtig bezet met bakstenen. Kortom een heel mooi historisch overblijfsel.
Maar we kwamen om te zoeken naar de tweede kalkoven, die er zou moeten zijn. Al snel vonden we tussen de grote oven en het pad de tweede oven. Duidelijk kleiner, maar ook met een ronde binnenzijde. Aan de zijde naar de weg is een rechte muur opgetrokken, Ook aan de linkerzijde (vanaf de weg gezien) loopt een rechte muur, die doorloopt langs de grote kalkoven. De twee ovens zijn dus duidelijk aan elkaar vastgebouwd. Zonder de verkregen tip zouden we deze oven beslist over het hoofd hebben gezien. Maar de tip spreekt over een oven links achter de grote oven en deze ligt ervoor. Zou er nog een derde oven zijn? Deze vraag is pas bij me opgekomen na afloop van de wandeling, dus we hebben er niet specifiek naar gezocht nadat we de tweede oven aan de voorzijde gevonden hadden.

Na een korte pauze zoeken we ons een weg naar boven de helling op van de Seru Popchi. De helling is vrij steil en zeer dicht begroeid. Tot overmaat van ramp bestaat een groot deel van die begroeiing ook nog uit cactussen en horizontale klimplanten, die de voortgang behoorlijk belemmeren.
Op 24 meter hoogte vinden we de eerste abri. Vervolgens gaan we van abri naar abri en komen zo geleidelijk steeds hoger. Omdat we via abri's kunnen lopen gaat dit gedeelte van de trip vrij gemakkelijk. De abri's zijn natuurlijke nissen in de berg, die door millenialange waterdruppels zijn voorzien van prachtige druipsteenformaties. De ene abri is nog mooier dan de andere en we hebben prachtige doorkijkjes op St. Willebrordus en de tegenoverliggende Seru Largu. Ook die berg heeft interessante abri's.
In een van de abri's vinden we eindelijk de gezochte kiwi-schelpen. Sommige daarvan zijn opengebroken en dat zou kunnen wijzen op gebruik van de abri door indianen. Het hoeft niet te betekenen, dat hier een nederzetting was, maar het kan zijn dat ze tijdelijk beschutting zochten in zo'n abri en dan meegebracht eten (de schelpdieren) verorberden, zoals wij water, Granola bars of müshlibollen als voedsel bij ons hebben. We zien echter ook lopende schelpen op de wand van de abri. De Heremietkreeft "verstoort" de mogelijke indianensite door met de schelpen aan het wandelen te gaan.

Kalkovens_en_Seru_Popchi_20110526_051_smallIn een van de kleine grotjes langs de route vinden we een spin. Uit historische documenten hebben we kennis gemaakt met de beruchte Curaçaose Oranje spin. Die spin is giftig en bijt. Hij zou uitgestorven zijn op Curaçoa, maar we blijven er naar uitkijken. De gevonden spin heeft oranje vlekken op het achterlichaam, maar heeft geen bol achterlichaam. Vergelijking met de tatouage van de Oranje Spin, die John op zijn arm heeft, leert definitief dat dit niet de gezochte spin is.

Vanuit de laatste abri gaan we nog even het vlakke plateau van de berg op. We bevinden ons dan op 70 meter hoogte. Vanwege de tijd besluiten we echter niet verder te gaan, maar aan de afdaling te beginnen. Aangezien we geen idee hebben waar de beste plek is om naar beneden te gaan, gaan we vanaf het punt waar we zijn naar de rand. Daar treffen we nog een stapelmuur aan, die op geen van de kaarten is aangegeven. Het is een korte muur, dus daardoor is hij waarschijnlijk gemist bij vorige landmetingen.
Dan naar beneden. Dat blijkt vanwege de dichte begroeiing een pittige tocht te zijn. De zeventig meter naar beneden kosten ons nagenoeg een uur. Nergens een gevaarlijke helling, maar wel heel veel begroeiing, waar we met stok (Fred) en tang (John en Dirk) een smal pad door moeten maken.

Vijf uren na aanvang van de tocht zijn we weer bij de auto's. Ondanks de inspanning - we zijn moe - een leuke tocht al haal ik een dag later nog steeds stekels uit mijn benen en armen.