Bahada di Daniel

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Twee weken geleden waren Fred en François al eens naar Bahada di Daniel geweest. Dat is het gebied dat op het middenterras ligt achter het landhuis Daniel, dat zelf op het bovenste terras ligt. Donderdag 30 december gingen François, Fred en ik nogmaals naar dit gebied, maar deze keer naar de Noordwestelijke hoek van Bahada di Daniel. Het bleek een pittige tocht te worden, waarbij we in totaal 5,25 kilometer aflegden in 5,5 uur tijd. De gemiddelde snelheid van net iets minder dan 1 km/uur is een indicatie van het tempo dat we konden maken door de dichte begroeiing.

Bahada_di_Daniel_20101230_010_smallDe tocht liep vanaf de achterzijde van het landhuis in eerste instantie door dichte begroeiing totdat we het pad bereikten dat twee jaar geleden door de eigenaar van het landhuis met enkele vrienden was aangelegd. Het is gemarkeerd met witgeschilderde stenen en intussen op sommige plaatsen weer overgroeid. Maar het hielp onze voortgang behoorlijk.
Op een gegeven moment verlieten we dit pad om meer naar het Noorden te gaan. Vanaf dat punt was de begroeiing op het bovenplateau vrij open, zodat we een kans hadden om goed om ons heen te kijken en van de natuur te genieten. We bereikten na een uur de rand van het terras, waar we een prachtig uitzicht hadden over het lager gelegen middenplateau. Vanuit zee zien we een regenbui op ons afkomen, maar daar blijken we toch weinig water van te krijgen. Wel krijgen we een mooie regenboog te zien, waarboven lichtjes een tweede regenboog is te zien.

Het gebied op het middenterras, waar we op uitkijken, heet Bahada di Daniel. Het is gescheiden van de plantage rondom het landhuis Daniel door een gebied dat bij Tera Kora hoort. Het is onduidelijk of Bahada di Daniel feitelijk behoorde tot de plantage Daniel, of dat het een aparte plantage was. Opvallend is dat we, lopend langs de rand van het terras richting het Noordwesten, diverse stapelmuren zien liggen op het middenterras. Die zijn ook aangegeven op de kadasterkaart van 1993, maar niet op de Werbatakaart uit 1906. Toch zijn ze duidelijk van oudere datum dan begin 1900. In dit stuk lijkt de Werbatakaart niet zo nauwkeurig te zijn.

We lopen boven langs de rand van het boventerras op zoek naar een plek waar we naar beneden kunnen. Die vinden we uiteindelijk net bij de Noordwestelijke grensmuur van Bahada di Daniel. Beneden aangekomen vinden we, net naast de grensmuur, onder een grote boom een dieper gelegen beschutte plek met diverse nissen. Geen sporen van gebruik door indianen, maar een goede plek om even te rusten. Daarna verspreiden we ons over het middenterras om de kans op het ontdekken van archeologische vondsten het grootst te maken. François neemt een route vlak langs de klif, ik ga over het terras parallel aan de rotswand op een afstand van een tiental meters en Fred neemt een route nog een tiental meters verder van de rotswand. Fred en ik komen er al snel achter dat de voortgang door de zeer dichte begroeiing zeer traag is. We hebben te maken met struiken met daarin horizontale strengen van klimop en daaronder de venijnige stekels van vele infrous (schijfcactussen), die nauwelijks te zien zijn door de struiken. Ik geef het als eerste op en besluit richting de rotswand te gaan, waar François een eenvoudiger route blijkt te hebben. Na enige tijd besluit ook Fred er de brui aan te geven en koerst richting de rotswand. Het kost hem nog de nodige tijd en moeite om ons te bereiken.

Vanaf dat punt lopen we alledrie verder dicht langs de rotswand. We wijken alleen uit als we in de rotswand bijennesten zien. Zo passeren we achtereenvolgens de plantagemuur 4 en 3 en komen tenslotte uit bij een kort stukje muur (2). We hebben geen idee, waarom die muur niet is voortgezet. Als ik na de tocht op de Kadasterkaart van 1993 kijk, zie ik dat de muur wel is voortgezet, maar dat hij voor een deel is onderbroken. Het tweede deel van die muur hebben we in het dichte struikgewas niet kunnen zien. De vele scheidingsmuren doen ons vermoeden dat dit gebied is gebruikt voor veeteelt, waarbij meerdere koralen in gebruik waren.

Daarna gaan we weer richting het Noordwesten op zoek naar een punt om verantwoord naar boven te klimmen. François blijkt een andere route gevonden te hebben dan Fred en ik, want op een gegeven moment horen we hem van boven roepen. Fred en ik moeten dan nog langs de Westelijke rand van een kloof naar boven. Dat blijkt ook redelijk eenvoudig te gaan.

Daarna zoeken we ons weer een weg terug naar het landhuis. Het was onze bedoeling om in een zo recht mogelijke lijn middels de GPS naar het landhuis te lopen. Dat is hemelsbreed een afstand van net 1 km, maar de begroeiing staat ons niet toe die rechte lijn te volgen. We zien op een gegeven moment geen andere mogelijkheid dan om weer naar het Zuidoosten te gaan op zoek naar het pad waar we op de heenweg overheen hebben gelopen. Het gevolg is dat we een tijdlang nauwelijks dichter bij het landhuis komen. Uiteindelijk vinden we het pad en via de track in de GPS volgen we dat tot bij het landhuis. Vijf en een half uur na ons vertrek strijken we daar neer op het terras om onder het genot van een drankje even op adem te komen. De eigenaar van het landhuis schuift even bij ons aan om ons verhaal aan te horen. Hij is zeer geïnteresseerd in onze bevindingen. Archeologische vondsten hebben we niet gedaan afgezien van de vele stapelmuren; we hebben enkele fragmenten gezien van jeneverkruiken, wat moderner glaswerk en een stapel kleine stenen.

Onze laatste wandeling van 2010 was een pittige. In de middag blijken we alledrie in meer of mindere mate last te krijgen van kramp.