Mangaan mijnbouw - Newtown en de Seru Francisco Jobo

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

DMijnbouw Newtown 20160331 003 smalle afgelopen weken hebben we de hellingen van de Seru Francisco grondig onderzocht vanaf de zijde van het Christoffelpark. We hebben het grootste deel van de hellingen aan de zijde van het Christoffelpark bekeken en daarbij verschillende plekken gevonden, waar oppervlakte-mijnbouw (dagbouw) is gedaan. We hebben ook een deel van de helling aan de Westkant (Jerimi zijde) bekeken, maar daar hebben geen resten van mangaan-mijnbouw gevonden. Maar de gebouwen van de verwerkingsfabriek staat wel aan die kant, dus het lijkt waarschijnlijk dat er aan die zijde toch ook mijnbouw is geweest.
Daarom vertrokken we deze keer vanuit Lagun naar de westzijde van de Seru Francisco Jobo; onderweg passeerden we de gebouwen van Newtown en de grote dam met aan beide zijden ruïnes van de verwerkingseenheden. De andere speurneuzen hadden hier al een bezoek aan gebracht toen ik niet mee kon, dus ons hoofddoel voor deze trip was de westelijke zijde van de Seru Francisco Jobo, maar ik nam van de gelegenheid gebruik om een snelle blik te werpen op al deze gebouwen.

 We parkeerden onze auto's bij Eddy in de tuin. Daarvandaan liepen we over de asfaltweg tot de gedeeltelijk overgroeide slagboom, die het begin van het pad naar Newtown en de mijngebouwen aangeeft.  Newtown bestaat uit drie grote gebouwen en een groot watergebouw aansluitend op een van deze drie gebouwen. De bouwstijl is totaal afwijkend van de landhuizen op Curaçao, zoals duidelijk op de foto's te zien is. Er is niet veel bekend over het gebruik van deze gebouwen. Een van de gebouwen heeft in de gevel de datum 1880 staan. Ze zijn dus gebouwd als onderdeel van de mangaanmijnbouw in dit gebied. Dezelfde stijl is ook te vinden in de gebouwen in Nieuwpoort bij Fuikbaai, waar de fosfaatmijnbouw was gevestigd. Beide fabrieken waren van dezelfde eigenaar, John Godden uit Engeland. Dus hoogstwaarschijnlijk is de bouwstijl gebaseerd op een stijl uit zijn thuisland..

Verderop langs ditzelfde pad ligt de grote dam met daarop een prachtige en zeer grote Palu di sia, de grootste, die ik ken op het hele eiland. De dam zelf is waarschijnlijk opgebouwd met afval van de verwerking van het mangaan-houdend gesteente. Aan de andere kant van de Seru Francisco Jobo liggen beneden de twee mijngangen twee grote puinheuvels met een vergelijkbaar donkergrijs materiaal. Het is onduidelijk of dit puin is van de uitgraving van die tunnels of dat het materiaal is dat een deel van het veredelingsproces heeft ondergaan.

Aan de westelijke kant van de dam zijn de ruïnes te vinden van een van de twee gebouwen, die waarschijnlijk gebruikt zijn voor de verwerking van het mangaanerts, ofwel tot mangaan of een exporteerbaar tussenproduct. In dit westelijke gebouw zijn twee kleine waterbakken te vinden en één grote waterbak buiten het gebouw. In een van de muren van dit gebouw zijn duidelijk de restanten van een schoorsteen te zien.
In het gebouw aan de oostelijke kant van de dam bevinden zich twee grote langwerpige funderingen. Waarschijnlijk de fundering voor een steenbreker. In de onmiddellijke omgeving van dit oostelijke gebouw vonden we stukken steenkool en slakken, een van de restproducten van het verhitten van het erts om het metaal van het erts te scheiden. Fred deed na afloop van de wandeling een test met een van die slakken en kwam erachter dat het wordt aangetrokken door een sterke magneet. Het bevat dus blijkbaar minstens een kleine hoeveelheid ijzer. Op de helling van de Seru Francisco Jobo aan de kant van het Christoffelpark hebben we naast het mangaanerts ook gesteente gevonden met daarin ijzererts. Wellicht dat het verschil in smeltpunt van mangaan (1246 graden Celsius) en ijzer (1538 graden Celsius) is gebruikt om het mangaan van het ijzer in het erts te scheiden. De steenkool en de slakken zijn een sterke aanwijzing voor het verhitten van het erts als onderdeel van het veredelingsproces. Dat geeft ons in ieder geval wat meer inzicht in het gebruikte proces bij het verwerken van het mangaanerts.
Alle machines, die zijn gebruikt bij het proces zijn verwijderd toen de mijnbouw niet rendabel bleek te zijn. De mijnbouw werd al binnen één jaar beëindigd. De machines zijn verwijderd uit de gebouwen, waarbij een deel van de gebouwen is gesloopt. Bovendien is toen ook nog bruikbaar bouwmateriaal uit de gebouwen verwijderd. Dat verklaart waarom alle ramen uitgebroken zijn; alle bakstenen rondom de ramen zijn verwijderd.
De machines zijn overgebracht naar Nieuwpoort bij Fuikbaai, waar ze in 1904 zijn gezien door een Nederlandse parlementariër.

Vanaf de mijngebouwen gingen we via een rooi de heuvel op. We hoopten aanwijzingen te vinden voor mijnbouw aan deze kant en ook aanwijzingen van het gebruik van (houten) glijbanen om het erts van de andere kant van de helling te transporteren naar de mijngebouwen. We vonden van beide zaken geen spoor. Wat Karel wel vond was een bijennest toen hij tegen een boom wilde gaan zitten voor onze appelpauze. In plaats van dat hij rustig kon zitten, moest hij rennen om de bijen van zich af te houden. Hij is daarbij diverse malen gestoken. Op basis van deze ervaring besloten we een andere plek op te zoeken voor onze pauze.
De enige potentiële aanwijzing voor activiteit aan deze kant van de heuvel was een braakliggend gedeelte. Misschien dat daar een oppervlaktelaag met mangaanerts is verwijderd. Maar we hebben geen enkele mangaanhoudende steen gevonden aan deze kant van de heuvel, terwijl we die wel in grote hoeveelheden hebben aangetroffen aan de andere kant. Ook van de glijbanen hebben we niets aangetroffen, maar dat is niet zo vreemd. Die konden eenvoudig verplaatst worden wanneer ze ergens nodig waren.

Daarmee kwam er een einde aan deze wandeling en ook aan onze zoektocht naar activiteiten met betrekking tot de mangaanmijnbouw op deze plek. We wandelden terug naar het huis van Eddy, waar we op zijn terras boven het water nog genoten van een drankje.