Mangaanmijnen in het Christoffel park

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Op donderdag 31 oktober gingen we naar het Christoffel park om de mangaanmijnen te bezoeken. Dit was een bijzondere tocht, omdat ongeveer 5 jaar eerder Fred, zijn zus Rita, en François samen met een delegatie van het Christoffel park ook naar deze mijnen zijn gegaan. Dit werd de start van wekelijkse wandelingen door François en Fred om vaak vergeten restanten van de geschiedenis van Curaçao op te sporen. Ik heb me bij deze twee pioniers aangesloten in mei 2010 na mijn pensionering en in de tussentijd is dit uitgegroeid tot een groep van enthousiaste "archeologie speurneuzen". 

Mangaanmijn Christoffelpark 20131031 008 smallEr was een periode aan het eind van de 19e eeuw (rond 1880) dat er mijnbouw was op Curaçao. Ontginning van koper en mangaan was niet erg succesvol, maar de fosfaatmijnen bleken commercieel wel erg interessant te zijn. De mangaanmijnen werden al na korte tijd verlaten.
In het verleden hebben we ook al een bezoek gebracht aan de mangaanmijn bij Jerimi en vandaag brachten we een bezoek aan de mangaanmijnen op de helling van een van de heuvels in het Christoffelpark, de Seru Francisco Jobo. De mijn bij Jerimi ligt aan de andere kant van deze zelfde heuvel.
Bert, een stagiair van het Christoffel Park, vergezelde ons tijdens deze tocht. Hij zorgde ervoor dat we het park vrij konden betreden en opende slagbomen, die normaal gesloten zijn, zodat we met de auto's konden komen tot aan de voet van de heuvel waar de mijnen liggen.
Vanaf de plek waar we de auto's parkeerden, konden we op de helling twee donkere plekken zien van puinheuvels. Dat puin is afval van de mijnbouw. 

Er loopt een pad vanaf de zandweg tot aan de eerste puinheuvel. Daar namen we een eerste rustpauze, waarbij we ook probeerden te schuilen voor de regen. Tevergeefs, want er waren geen fatsoenlijke bomen, dus we werden allemaal flink nat. 
Vanaf de eerste puinheuvel moesten we ons een weg zoeken naar de tweede. Dat was iets moeilijker, maar nog steeds veel gemakkelijker dan we gewend zijn. Vanaf de tweede puinheuvel vervolgden we onze weg in de richting van een GPS-waypoint, dat Fred had genomen tijdens een eerder bezoek. Uiteindelijk kwamen we boven de mijningang uit en moesten we weer een stuk naar beneden om bij de ingang te komen van de meest intacte mijn. Het binnengaan van de mijn was niet gemakkelijk, we moesten kruipen, maar eenmaal binnen konden we gemakkelijk rechtop staan. Uiteraard was het pikdonker binnen, dus we moesten zaklampen gebruiken om iets te zien. De mijn bestaat uit een horizontale gang van ongeveer 30 meter lang; die gang is breed genoeg om elkaar makkelijk te kunnen passeren. De wanden hebben allerlei interessante kleuren, zoals in de foto's hieronder is te zien. Er waren ook vleermuizen in de mijn, spinnen op de wand en het skelet van minimaal één geit.

In de omgeving is een tweede mijn, maar de ingang daarvan is geblokkeerd, waarschijnlijk met opzet. Ik heb een foto genomen door de opening en die laat een korte gang zien. Mogelijk dat het een testmijn was of dat hij is ingestort. Er is ook nog een derde mijn, maar die bestaat uit niet meer dan een grote kuil in de grond.  

Na het bezoek aan de mijnen gingen we de heuvel weer af en terug naar de ingang van het park. Daar werden we door Bert getrakteerd op een drankje in het restaurant.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit verslag.