Seru Para Mira

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Nadat we vorig jaar september de ruïnes bekeken hadden van de mijnbouw bij de dam in de rooi ten Oosten van de Seroe Paskoe (spelling conform Werbatakaart)  leek het een goed idee om te onderzoeken of er in de omgeving en dan met name op de helling en top van de Seru Para Mira (spelling Kadaster 1993) nog meer sporen te vinden zouden zijn van mijnbouw. Op donderdag 12 mei trokken Fred, Michèle en ik naar het weekendhuis van Eddy, waar we de auto's parkeerden en met Eddy verder gingen. Helaas was François verhinderd op deze tocht. Seru_Para_Mira_20110512_022_smallHet eerste deel van de route tot aan de dam voert over een goed beloopbaar pad. Wat wel opviel is dat het pad is uitgesleten door een blijkbaar snelstromende rivier. Ongetwijfeld het gevolg van de vele regenval dit voorjaar. Eenmaal aangekomen bij de dam liepen we naar het Westelijke mijngebouw. Voor Michèle was het de eerste keer dat ze het gebouw zag. Het is opgetrokken met mooie vlakgesneden stenen en nog in relatief goede staat. De spoelbak achter het ge bouw staat nog steeds vol met Bringamosa.

We gingen de helling op achter dit mijngebouw. Mooie natuur met vooral veel mossoorten en de beide op Curçao voorkomende ochideeënsoorten. Een van de twee in bloei, de andere met sporen dat de bloei binnenkort gaat beginnen. Al snel vonden we de eerste stapelmuur. Onduidelijk is waarom er in dit gebied zoveel stapelmuren voorkomen. Het lijken geen plantagegrenzen te zijn. De tweede stapelmuur, die we tegenkwamen liep precies over de heuvelrug richting de eerste top van de Seru Para Mira. Dat maakte het klimmen naar boven vrij eenvoudig, omdat we de muur voor een belangrijk deel konden volgen.

Op een eerste top op 167 meter hoogte konden we genieten van het uitzicht in alle richtingen. Wat dat betreft draagt deze berg een perfecte naam. Helaas was het vrij heiig, waardoor we niet optimaal in de verte konden kijken. De top van de Christoffelberg ging schuil in de wolken.
Na een rustpauze beklommen we het laatste stuk naar de top. Blijkbaar komen de ezels, waarvan we lager wel sporen hadden gezien, niet meer op deze hoogte, want de mondi was duidelijk minder toegankelijk hier. De top heeft volgens Kadaster en Werbata een hoogte van 189 meter, maar bevat geen driehoekspunt. Fred en ik hebben nog wat rondgespeurd naar een Kadaster meetpunt, maar blijkbaar is het Kadaster hier niet geweest. We hebben in ieder geval niets kunnen vinden.

Om niet dezelfde route terug te hoeven nemen ginden we de berg af aan de Oostelijke zijde. Aan de overkant van de rooi hadden we gezien dat de helling (van de Seru Francisco Jobo) niet zo dicht begroeid was. De rooi zelf leek zeer dicht begroeid, dus een route op de andere helling leek de meest voor de hand liggende keus. Helaas bleek "niet zo dicht begroeid" flink tegen te vallen. Met een gemiddelde snelheid van slechts 300 meter per uur bereikten we na ruim anderhalf uur de ruïne van het Oostelijke mijngebouw bij de dam. Onderweg hebben we nog twee stapelmuren gezien en ook een tweetal plekken waar mogelijk onderzocht is of er winbare mineralen te vinden waren. Blijkbaar was dat niet het geval, want we hebben geen sporen van daadwerkelijke mijnbouw anders dan deze potentiële proefmijnen kunnen vinden.

Vanaf de dam was het nog maar een korte en eenvoudige wandeling naar het weekendhuis van Eddy, waar we de wandeling "geëvalueerd" hebben onder het genot van een drankje. De natuur langs de route en het uitzicht vanaf de Seru Para Mira heeft meer dan voldoende gecompenseerd dat we geen andere mijnen hebben gevonden.