Seroe Pieter en Seroe Paskoe

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Op donderdag 9 september 2010, een historische dag voor de Nederlandse Antillen en Curaçao, hebben François, Fred, Dirk, Eddy en ik twee bergen beklommen om duidelijkheid te krijgen over een aantal verdachte kale plekken op de helling. Het gaat om de berg Seroe Pieter en de berg Seroe Paskoe. Voor beide heb ik de oude schrijfwijze genomen, zoals Werbata die op zijn kaart uit begin 1900 heeft gebruikt. Op die Werbata-kaart staat ook een "verlaten phosfaatontginning" aangegeven, die we ook wilden bezoeken.
Het trefpunt was bij het weekendhuis van Eddy. Daarvandaan leidde Eddy ons naar een pad dat zonodig ook met kinderen en kleinkinderen begaanbaar is, zoals hij het zei. Dat moest voor ons dus geen probleem opleveren.

SeroePieterenSeroePaskoe_20100909_029_smallDat deed het dan ook niet, al hebben we zo onze twijfels of de kleinkinderen het ook halen.
Op de top van de Seroe Pieter staat een driehoekspunt van het Kadaster. Voor Fred en mij uiteraard een punt om de coördinaten van te bepalen. Voor de anderen ook een punt om even van het uitzicht en de rust te genieten. Ook in de buurt van dit driehoekspunt ligt een ander meetpunt. Dit meetpunt heeft geen enkele aanduiding en wijkt ook af van hetgeen ik tot nu toe gezien heb als kadaster meetpunt. Het is alleen een hoopje cement met daarop een koperen knikker als centrum. Fred heeft een dergelijk meetpunt wel al eerder gezien.

Het pad eindigt bij de top. Onze trip echter niet, want juist op de helling van de Seroe Paskoe ligt een grote verdachte open plek, waar we beslist naar toe willen. Zoals gebruikelijk nemen we ook nu de kortste route dwars door de mondi. Het eerste stuk gaan nog redelijk. Maar verder naar beneden wordt de mondi steeds dichter en dat geldt ook voor de weg omhoog langs de helling van de Seroe Paskoe. Er zijn stukken waar we ons alleen nog met een snoeischaar een weg kunnen banen. Maar we bereiken uiteindelijk de afgraving. Het bestaat uit los en vrij fijn gruis en dat is waarschijnlijk afkomstig van mijnbouw, waarvan het afval langs de berg naar beneden is gerold of gestort. We nemen er een rustpauze en gaan dan verder richting de top.Het laatste stuk richting de top gaat relatief gemakkelijk omdat we over een kam van gestorte stenen kunnen lopen.

Boven op de top worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht. De top is volgens Werbata 173 meter hoog, maar de GPS van Fred en mij geven waarden tussen de 160 en 165 meter aan. Minder dan de helft van de Christoffelberg.

Vanaf de top gaat de weg naar onze volgende bestemming; de verlaten fosfaatontginning volgens de aanduiding van Werbata. Daarvoor moeten we eerst de helling van de Seroe Paskoe af. Ook hier is de mondi zeer dicht en bovendien is het inmiddels erg warm geworden door het ontbreken van wind. Het was dus geen gemakkelijke tocht. Als klap op de vuurpijl worden Dirk en François op de laatste meters voor het bereiken van een gemakkelijker pad allebei gestoken door een bij.
Via het pad bereiken we de dam. Die bestaat uit vermalen gruis van de mangaanwinning, die hier heeft plaatsgevonden. Geen fosfaat, zoals Werbata dacht, maar mangaan is hier gewonnen gedurende korte tijd, 1 of 3 jaren. Aan weerszijden van de dam liggen gebouwen. Het Oostelijke gebouw is waarschijnlijk het gebouw geweest, waar het aangevoerde gesteente een eerste bewerking onderging. In het gebouw zien we duidelijke verstevigingen in de vloer, waar hoogstwaarschijnlijk een machine op heeft gestaan om het aangevoerde gesteente te vermalen. Aan het andere einde van het gebouw vinden we in een opening in de muur een cementen boogvormige inzinking. Die ligt in het verlengde van de fundamenten voor de machine, dus mogelijk dat hier een afvoer op gerust heeft, die het vergruisde gesteente afvoerde naar de daarachter gelegen bakken. Achter het gebouw liggen twee diepe bakken, de een veel groter dan de andere. Als waterbak onlogisch, omdat je dan geen scheiding tussen de bakken nodig hebt. Mogelijk dat hier een zuur in heeft gezeten om het mineraal uit het gesteente te onttrekken. Daarvoor kennen we het proces te weinig.

Aan het Westelijke einde van de dam ligt een tweede gebouw. In het gebouw liggen twee kleine bakken en in de muur zien we een schoorsteenkanaal. Mogelijk dat hier het bewerkte erts gedroogd werd en dat daarvoor een vuur werd gestookt in de ruimte. Achter dit gebouw ligt een enkele bak, die mogelijk wel als waterbak in gebruik is geweest. Terwijl ik er een foto van aan het maken ben, merkt Fred op dat de bak helemaal vol staat met Bringamosa. Daar was ik toen ook net achter gekomen door er met mijn linkerarm en hand tegenaan te komen. Van François kreeg ik een anti-histamine tablet en Dirk wees me op de aanwezigheid van Flaira, waarvan ik het gekneusde blad om de aanrakingsplekken heb gesmeerd. Terwijl ik dit stukje aan het schrijven ben, is er nog niets opgezwollen. Wel is mijn elleboog wat pijnlijk.

Na een wat langere rustpauze onder de prachtige boom op de dam lopen we via het pad langs de ruïnes van Newtown terug naar het weekendhuis van Eddy. Omdat we vandaag geen tijd meer hebben - het is al later dan normaal - besteden we nu geen aandacht aan die ruïnes. Dat wordt het onderwerp van een aparte tocht.
In het weekendhuis onthaalt Eddy ons op drank op zijn terras aan zee. Zo komt er een einde aan weer een prachtige tocht.