Ronde klip

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Op donderdag 26 augustus 2010 stond de beklimming van de Ronde Klip berg op het programma; op de top daarvan bevindt zich een uitkijkpost uit de tweede wereldoorlog en ook de fundamenten van de barak voor de manschappen voor die uitkijkpost. Deze uitkijkpost ontbrak nog als enige aan de inventarisatie van Rudsel (Monumentenbureau).
Zelf was ik al enkele dagen grieperig, dus het was zeer twijfelachtig of ik aan deze tocht kon deelnemen. Veiligheidshalve had ik me dan ook afgemeld. Maar de uitdaging om deze berg te beklimmen heeft het gewonnen van mijn niet helemaal fitte lichaam (ik had twee dagen nauwelijks gegeten) en met een Advil tegen de opkomende hoofdpijn ben ik toch meegegaan. Daar heb ik geen spijt van gehad.

We parkeerden de auto bij een huis aan de voet van de berg. De bewoners hebben zich ook bij eerdere tochten bereid verklaard een oogje in het zeil te houden voor de auto's. Maar het is nog maar zeer de vraag of dat in de toekomst ook nog zo eenvoudig zal kunnen, want ze gaan het terrein afsluiten om beesten te kunnen houden.

Van beneden is een pad zichtbaar dat vrij recht naar boven loopt. Het is geen echt pad, maar een glijbaan van naar beneden gerolde stenen, dus het is niet eenvoudig om er goed houvast op te krijgen. Maar er staan in ieder geval nauwelijks struiken overheen, dus het is toch de beste route. We bereikten zo een richel onder de top, waar de ingang van een mijn (mijn 1 uit een eerdere tocht van Fred en François) is te vinden. Van beneden is deze ingang niet te zien, dus je moet weten waar hij ligt. De (proef)mijn bestaat uit een horizontale gang met aan het einde een gang recht naar beneden.

RondeKlip 20100826 014 smallWe liepen verder langs de richel zoekend naar een plek waar we het laatste stuk veilig naar boven zouden kunnen klimmen. Dat bleek inderdaad echt klimmen te worden, waarbij je hangend aan je handen en zoekend naar steunpunten voor je voeten steeds weer een stukje hoger moest zien te komen. Onder je een vrij steile afgrond van ca 80 meter tot aan de voet van de berg, dus loslaten, al dan niet vrijwillig, was geen goede optie. François was als eerste boven en ging stevig op de rand zitten om de anderen zonodig een helpende hand te kunnen bieden. Ik heb even zijn hand aangenomen, maar gaf toch de voorkeur aan een stuk rots. We zijn allemaal veilig boven aangekomen, maar waarschijnlijk is dit geen route voor toeristen.

Boven op 130 meter hadden we een prachtig uitzicht en dat maakte alles de moeite waard. Niet ver van waar we boven gekomen waren vonden we het driehoekspunt van het Kadaster. Dat is, in dit geval duidelijk zichtbaar, gebouwd boven op het driehoekspunt van Werbata. Het onderste gedeelte heeft dan ook de standaard afmeting van het Werbata driehoekspunt. Het enige dat ontbreekt is de inscriptie met het Werbata nummer; het ziet er naar uit dat dat gedeelte is dichtgesmeerd met cement toen het Kadasterpunt er op is geplaatst. Vreemd is het nummer dat in een van de zijkanten is gezet, No 1 (of 7). Het Kadaster nummer is immers 5 en het Werbata nummer is 12. Blijkbaar was iemand behoorlijk in de war.
In de directe omgeving van het driehoekspunt hebben we twee van de drie cementen voetpunten gevonden voor de vertikale mast, die (in de tweede wereldoorlog?) op het Werbata punt werd geplaatst. Het cement is overal recenter dan dat van het Werbata punt zelf.

Vlak naast het driehoekspunt is de cementen vloer te vinden van de uitkijkpost uit de tweede Wereldoorlog. Een stukje verder van de rand liggen de fundamenten van de barak, waar de manschappen waren gelegerd, die de uitkijkpost moesten bemannen.

Na een korte rustpauze ging de tocht verder bovenlangs de Zuidelijke rand van de berg. De natuur boven op de berg is mooi. Er staan kleine groene bomen, die blijkbaar goed tegen de droogte kunnen; ook het uitzicht is prachtig. Aan de Westelijke zijde van de berg vonden we uiteindelijk een boom, die voldoende schaduw gaf voor een wat langere rustpauze.
Daarna daalden we weer af naar een lager gelegen richel om nog twee mijnen te bezoeken, mijn 3 en mijn 4 uit de eerdere inventarisatie van Fred en François.

Na beide mijngangen van binnen bekeken te hebben ging het verder bergaf waarbij het weer goed uitkijken was waar je je voeten kon neerzetten, want er lag veel losliggend puin (uit de mijn?) op de helling. Ik dacht daarbij op een gegeven moment houvast te hebben aan een struik, maar die struik bleek nauwelijks geworteld te zijn, dus die had ik even later in mijn handen. Gelukkig stond ik ook zonder die struik voldoende stevig om niet verder naar beneden te schuiven.

Het was weer een uitstekende tocht; niet geheel zonder risico, maar wel een om je je zieke lichaam te doen vergeten. Adrenaline is blijkbaar een goed geneesmiddel.