Landgoed Bloemhof

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Op donderdag 29 juli 2010 hebben we François, Fred, André, Dirk en ik op verzoek van Nicole Henriquez van het landgoed / gallerie / landhuis Bloemhof de kunuku achter het landhuis onderzocht. Het laatste gebruik van de plantage in de jaren 20 van de 20e eeuw was de sinasappelboomgaard voor de Curaçaolikeur. Volgens de zeer fraaie en informatieve website van Bloemhof was de belangrijkste opbrengst van het landgoed water. Middels dammen, putten en waterbakken werd voldoende water opgevangen om het in Willemstad aan de inwoners van de stad te kunnen verkopen.
Na een kort gesprek met Nicole Henriquez trokken we via het landhuis het achterliggende landgoed in. Onze belangrijkste leidraad was weer de Werbata kaart in de GPS.

Bloemhof_201007129_006_smallAls eerste kwamen we een grote put tegen, waarbij het badhuis is gebouwd. Het badhuis is nog in goede staat en ook van binnen te bekijken. Vijftig meter daarvandaan vonden we een grote waterbak (Bak 1 op de kaart) op de plaats, waar we dachten een gebouw te moeten vinden. Blijkbaar hadden we het symbool op de Werbata kaart verkeerd geïnterpreteerd. Dertig meter in Oostelijke richting ligt een tweede waterbak (bak 2), kleiner maar met duidelijke IJsselsteentjes op de bovenrand. We hebben een tijdlang gezocht naar een tweede put daar in de buurt, maar hebben die niet kunnen vinden. Wel hebben we een puinheuvel gevonden met daarop een driehoekig bakje met iets dat lijkt op de bevestigingspunten van de voet van een watermolen. We nemen aan dat daar put 2 was gelegen, maar dat die om een of andere reden is dichtgegooid ("het kalf verdronken"?).

Een kleine 30 meter ten Zuid-Zuid-Westen van de grote waterbak staat een watertoren en een kleine 120 meter naar het Oosten een derde put, waarop nog een draaiende windmolen staat. Die put moet eenvoudig operationeel gemaakt kunnen worden. Vanaf die put loopt een metalen leiding naar de grote waterbak. Vlakbij de put met watermolen is een klein waterbakje, waarvan de functie onduidelijk is. Het is te klein om als wateropslag te dienen en voor zover bekend was er geen vee op dit landgoed.

Vandaaruit gaan we grofweg in Noord-Oostelijke richting en komen daar achtereenvolgens (na 65m) een waterbak tegen met mooie afgeronde binnenhoeken (bak 3) en daarna (na 25m) een oud sluisje in een dam; nog eens een kleine 20 meter verder in Noord-Oostelijke richting vinden we bak 4. Al deze afstanden zijn hemelsbreed gemeten; in werkelijkheid hebben we heel andere afstanden afgelegd, waarbij we ons een weg moesten banen door de struiken. Opvallend genoeg kwamen we op het hele terrein geen enkele infrou (schijfcactus) tegen. Waarschijnlijk zijn er nooit geiten op het terrein geweest. Opvallend genoeg kwamen we ook geen fruitbomen tegen op het hele terrein, terwijl er wel ooit sinasappel(schillen) zijn geoogst voor de Curaçao likeur.

Vanaf bak 4 lopen we in een grote boog, die ons uiteindelijk brengt bij een tweede sluis in een dam. Deze sluis heeft nog een schuif om het water tegen te houden. De sluis is waarschijnlijk later opgeknapt, want hetgeen we nu zien is duidelijk moderner dan de eerste sluis. Intussen is onze groep uiteengevallen; François, Fred en ik zijn bij elkaar en Dirk en André zijn al enige tijd zoek. Middels de telefoon komen we erachter dat zij op een waterbak zitten. Tegen de tijd dat we bij hun aankomen, zitten ze op de derde sluis. De waterbak (bak 5) zijn we dan al gepasseerd. Ook deze derde sluis is duidelijk modern.
Aangezien er volgens de Werbata kaart een put in de buurt moet liggen verspreiden we ons. De put blijk te liggen aan de andere kant van de dam en is zeer fraai. Er staat groen water onderin wat een mooi effect geeft met de oude stenen van de put.

Om zoveel mogelijk terrein te coveren splitsen we ons weer op en nemen we elk een pad in Oostelijke richting tot aan de perceelgrens. Vlakbij de grens vind ik een mooi veld Bromelias en vlak daarbij een dicht veld cactussen. Ik had langs de perceelgrens richting het Zuiden willen lopen, maar dat blijkt een onhaalbare kaart te zijn. Dirk, die zich inmiddels bij me heeft aangesloten, en ik lopen steeds weer vast op ondoordringbaar struikgewas. Na telefonisch overleg met François besluiten we uiteindelijk richting het badhuis te gaan. Onderweg komen we nog een zesde waterbak tegen, waarvan aan een zijde de muur ontbreekt. In de omgeving van het badhuis heb ik nog enige tijd zonder resultaat gezocht naar put 2.
Na enige tijd komt ook de rest van de groep aan, waarna we nog enige tijd napraten met Nicole Henriquez onder het genot van een drankje.