Bicento - landhuis en put

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Bicento 20160818 048 smallOp 18 augustus 2016 gingen de archeologische speurneuzen naar Bicento. Bicento is een zogenaamde kunuku (kleiner dan een plantage, gebruikt voor landbouw); Bicento ligt langs de weg, die leidt vanaf de Weg naar Westpunt naar Ascencion. Op de hoek van deze weg ligt Bistro Laternu. Van de eigenaar van dit restaurant hadden we toestemming gekregen om onze auto's op zijn parkeerterrein te plaatsen.
We troffen elkaar op deze parkeerplaats om kwart voor acht 's morgens. De groep bestond deze keer uit Hetty, François, Fred, Carel, Eddy en mij. Rond 8 uur vertrokken we richting Bicento. Ter hoogte van deze kunuku troffen we een bord aan dat meldt dat deze 'plantage' (volgens het bord) te koop is.
Ter hoogte van het bord gingen we het terrein op.

Volgens Pater Brenneker in een van zijn sambumbu boekjes (deel 6) zouden we op dit terrein hetvolgende kunnen aantreffen:
De kleine knoek BICENTO, beoosten Pannekoek, is een mooi bouwwerkje rijk. In het noorden ligt een put met drinkbak en twee pilaren op de putrand. Het is met zorg en vakkennis geconstrueerd en nage­noeg geheel intakt, ofschoon het dateert – gezien een keurig ingegrifte aanduiding – van 1739 den 17 FEBR, Gerhard Lupke. De pilaren hielden een dwarsbalk, waar­aan mogelijk een katrol heeft gehangen. De drinkbak voor de dieren was bekleed met kleine klinkers, die er later zijn uitge­haald. De put is diep, gemetseld van na­tuursteen, bepleisterd met kalk, zand en geklopte dakpannen. Doorsnee, buiten­maats, 3.20 meter, dikte van de rand 50 cm, de pilaren zijn bijna twee meter hoog. Voor ons monumentarme eiland een ju­weeltje. Midden in de knoek staat nog een kleine maïsschuur overeind. En daar dicht­bij de resten van een landhuis dat zeker niet groot was. Kennelijk is dit afgebroken, want de stenen liggen er in keurige rechthoeken als dammen; geen muur is blijven staan. Wat nu een volkomen dicht­gegroeide wildernis is, moet eens een vruchtbaar stukje Curaçao zijn geweest.

Na enige tijd bereikten we de lokatie van de oude weg, die leidde naar het (land)huis van deze kunuku. Het enige dat nog doet denken aan een weg, zijn losliggende stenen, waarschijnlijk overblijfselen van een soort fundering voor deze weg. We probeerden de oude weg te volgen in de hoop dat daar de vegetatie minder dicht zou zijn, maar dat bleek ijdele hoop. We moesten ons een weg zoeken door velden met Infrou, Palu di lele en Wabi-struiken.
Al snel troffen we meer en meer artefacten aan. We vonden geen artefacten, die te maken hadden met landbouw, maar wel veel restanten van jeneverkruiken en kelderflessen. Niet dat dit betekent dat de voormalige bewoners drankorgels waren; hoogstwaarschijnlijk zijn deze kruiken en flessen, nadat de oorspronkelijke inhoud gedronken was, gebruikt om water in te doen.

We gingen in de richting van enkele concentraties van zuilcactussen, omdat die veelal duiden op plekken waar in het verleden bewoning is geweest. Op de Werbata-kaart staat een kleine rechthoek van 'groene muren'; dat kunnen cactushagen zijn geweest al treffen we ook regelmatig stapelmuren op dergelijke plekken aan. Het is in ieder geval een gebied geweest, dat omheind was en waar volgens de Werbata-kaart een of meer gebouwen hebben gestaan.
In het meest Noordelijke deel van deze rechthoek troffen we de ruïne aan van het gebouw dat Pater Brenneker had aangeduid als een kleine maïsschuur.  Na uitgebreide bestudering kwamen Fred en ik tot de conclusie dat dit gebouw oorspronkelijk is opgezet als watergebouw voor het hoofdgebouw. Binnen troffen we in de muren wateroverlopen aan en, iets hoger, een waterinlaat. Ook vonden we in een hoek van het gebouw pleisterwerk om de hoek af te ronden. Iets dat gebruikelijk is in waterbakken, maar niet in magazina's. Het enige element dat niet past in onze theorie van een watergebouw is de deuropening. Hoogstwaarschijnlijk is deze opening er later in gemaakt. Dat blijkt uit het feit dat de opening doorloopt tot in de verbrede onderkant van de muur en dat er gebruik is gemaakt van ander materiaal dan voor de rest van het gebouw.
Ook het feit dat er een raam in de zijmuur zit spreekt niet het gebruik als watergebouw tegen. Het raam is boven het nivo van de overlopen en is mogelijk gebruikt om water uit het gebouw te kunnen halen (vergelijkbaar met de opening in het watergebouw bij Fort Beekenburg).

Naast het gebouw vonden we de restanten van een groot rechthoekig gebouw en de fundering van een ander deel van hetzelfde gebouw. Een van de funderingen loopt door tot achter het watergebouw aan de kant waar ook de waterinlaat is. Dus hoogstwaarschijnlijk is het dak van dit voormalige (land)huis gebruikt om het regenwater te leveren voor het watergebouw.
Ook al is dit formeel geen plantage geweest, maar een kunuku, heb ik toch de neiging om hier te spreken van landhuis Bicento.

Toen we onze tocht wilden vervolgen begon het te regen. We besloten te schuilen in het watergebouw, ook al heeft dit geen dak meer. Door dicht bij de muren te staan bleven we zo goed als droog.
Na de regenbui gingen we verder in de richting van de put, die is aangegeven op de Werbata-kaart. We hoopten daar de door Pater Brenneker beschreven fraaie put aan te treffen, Helaas moesten we door een gebied met vochtige Manzaliña bomen lopen om daar te komen. Gelukkig ontwikkelde niemand blaren tijdens de tocht. We troffen de put niet op de aangegeven plek aan, maar een eind verderop op een van de zijkanten van de rooi.
Inderdaad een indrukwekkende en bijzonder mooie put met eraanvast een waterbak voor vee en op de rand twee fraaie pilaren. Tussen deze pilaren heeft ongetwijfeld de balk gezeten met katrol om met een emmer water uit de put te halen. In de rand van de put is een verlaagd deel aangebracht om de emmer vervolgens gemakkelijker over de rand te halen. In een van de pilaren vonden we inderdaad de tekst, die pater Brenneker in zijn stukje vermeldt. Blijkbaar dateert deze put van 17 februari 1739 en Gerhard Lupke was waarschijnlijk de toenmalige eigenaar van deze kunuku. Een prachtig historisch overblijfsel, dat hopelijk door de toekomstige eigenaren van dit gebied behouden wordt.

Na deze vondst zetten we onze tocht voor in de richting van een dam, die op de kaart is aangegeven. Die troffen we op de aangegeven plek aan. Daarna gingen we terug naar onze auto's, maar, voordat we huiswaarts gingen, namen we nog enkele drankjes bij Bistro Laternu.