Nog twee bezoeken aan Cas Abou

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Cas Abou rooi 20150917 012 smallOp 17 en 24 september brachten we twee extra bezoeken aan het gebied van Cas Abou. Het bezoek op de 24e was een vervolg van het bezoek van de 17e, dus daarom heb ik beide tochten in dit verslag opgenomen.
Op 17 september verzamelden we ons weer om 8 uur bij het landhuis Cas Abou. Daarvandaan wilden we in Noordoostelijke richting de rooi volgen tot aan de grens met Porto Marie. Bij de grens hoopten we een vergelijkbare grenspoort aan te treffen als bij de grens tussen San Juan en Cas Abou. Onderweg bekeken we de rooi. Volgens de Werbatakaart zou daar niets interessants in te vinden zijn, maar tot onze verrassing vonden we al snel een eerste kleine dam, gemaakt van gestapelde stenen. In de rooi waren die stenen helemaal weggespoeld, maar aan weerskanten van de rooi konden we restanten van deze kleine dam goed zien. Een stuk verder lag nog zo'n kleine dam, ook met ontbrekend middenstuk. Blijkbaar was de kracht van het water teveel voor deze twee kleine dammen. 

Uiteindelijk vonden we ook nog een indrukwekkende gepleisterde dam. Deze dam was nog versterkt met twee grote steunberen. Maar ook hier was zichtbaar dat de kracht van het water de grond onder een van deze twee steunberen had weggespoeld. De 'water'-kant van deze dam was helemaal dichtgeslibd door met het water meegevoerde aarde. 

Wat erg vreemd is, is dat geen van deze drie dammen is aangegeven op de Werbatakaart. Dat suggereert  dat deze dammen in 1906, toen het veldwerk voor deze kaart werd gedaan, nog niet aanwezig waren. Maar de dammen zelf zien er oud genoeg uit om van vóór die tijd te zijn. Aan de andere kant is het ondenkbaar dat Werbata deze dammen gemist zou hebben, terwijl hij wel de rooi zelf heeft aangetekend op de kaart. Dus we moeten toch aannemen dat deze dammen van latere datum zijn.

Ons doel, het bereiken van de grens met Porto Marie, bleek door de hitte niet haalbaar. We besloten terug te gaan via de oude weg. Die weg was volgens de Kadasterkaart van 1982 nog in gebruik. We hoopten dan ook een gemakkelijke route te hebben naar de nieuwe asfaltweg. Maar dat bleek een illusie te zijn. De oude weg was nog nauwelijks als zodanig herkenbaar. De weg was overgroeid met onze 'favoriete planten', de Wabi en Palu di lele. Gelukkig werd het na enige tijd ploeteren wat beter. Maar we waren blij toen we de asfaltweg bereikten. Daar besloten François en Eddy te blijven zitten; de rest liep door naar de auto's. Op weg naar huis werden de beide heren weer opgepikt.
Daarmee kwam een einde aan deze eerste tocht; omdat we de grens niet bereikt hadden, moesten we hier nog een keer terugkomen

Op 24 september verzamelden we ons dan ook weer op de parkeerplaats van landhuis Cas Abou. Daar sprongen we allemaal in de bak van de pickup van François. François reed ons vervolgens naar een plek dichtbij de grens met Porto Marie. Daarvandaan konden we gemakkelijk de grens bereiken. Daar vonden we echter niet een mooie historische grenspoort, zoals we die hadden gehoopt te vinden, maar een modern hek. Ernaast nog de restanten van een oudere afsluiting bestaande uit twee palen, waar mogelijk een ketting tussen heeft gezeten. We zochten de omgeving nog af op sporen van grenspalen, maar vonden niets. Dus na enige tijd besloten we terug te gaan naar de auto.

Cas Abou 20150924 026 smallFrançois reed ons terug naar de parkeerplaats, waar ook hij zijn auto parkeerde. Ons tweede en meer tijd vergende doel van deze tocht was het speuren naar de restanten van de huisjes, die ten Noorden van het landhuis zijn aangegeven op de Werbatakaart. Fred, Hetty en ik hadden tijdens een eerder bezoek al het eerste van die huisjes gevonden, dus we besloten direct naar dit eerste huis te gaan om het ook aan de anderen te laten zien. Het is een huis, dat blijkbaar op de traditionele manier is gebouwd door eerst een rij Brasia-stammetjes in de grond te plaatsen en daartussen taken te vlechten om zo een wand te maken. Die wand werd dan aan beide zijden bedekt met leem en daarna gepleisterd voor extra stevigheid en bescherming. Wat we aantroffen was een deel van de nog rechtopstaande wanden met de Brasia stammetjes nog als enige blijk van het oorspronkelijke vlechtwerk. Aan één kant van het huisje reikte de wand nog tot aan de vensterbank. De binnenzijde van de wand was volledig verdwenen; alleen de Brasia stammetjes en de buitenste leemlaag met pleisterwerk waren nog zichtbaar. Dichtbij dit eerste huis vonden we ook de restanten van een fornu. En het gebied lag vol met artefacten. 

We vervolgden onze zoektocht in de richting van het volgende huisje op de Werbatakaart. Daar vonden we niet alleen een huis vergelijkbaar met het eerste met ook een fornu ernaast, maar ook de fundering van een tweede huisje en een fundering en delen van de muren van een derde huisje. Een van de muren van dit derde huisje bleek te zijn opgebouwd met IJsselstenen. Niet echt gebruikelijk voor het construeren van dit soort huisjes, maar blijkbaar waren de IJsselstenen beschikbaar en werden ze dus ook gebruikt. In dit gebied vonden we tot onze grote verrassing voor het eerst, sinds we deze tochten doen, een intacte kelderfles. Ernaast lagen nog twee vrijwel intacte kelderflessen. Een uitzonderlijke vondst. En ook hier veel andere interessante artefacten, zoals lokaal gebottelde frisdrank, aardewerk uit Hongarije, veel jeneverflessen en -kruiken en zelfs een laboratoriumfles met maatstrepen. Ook twee grote karkoschelpen; mogelijk zijn die gebruikt als muziekinstrument.

Ook deze keer was het weer een bijzonder warme dag, dus de meeste speurneuzen besloten een lange pauze te nemen bij deze groep huisjes, terwijl Fred en ik op zoek gingen naar de volgende huisjes. Op een van de aangegeven plaatsen vonden we alleen nog de restanten van een vloer; verder geen spoor van het huisje dat hier hier gestaan moet hebben. Op de plek, waar Werbata twee wat grotere huizen had aangegeven, vonden we de fundering van één van die twee huisjes, maar geen spoor van het tweede huisje. Wat ook opviel was dat er in dit deel weinig artefacten lagen. 

Daarmee kwam er een einde aan een bijzonder waardevolle speurtocht. Duidelijk zichtbare restanten van het dorpje dat hier in het verleden lag en een bijzonder rijk veld aan artefacten. En dat allemaal vlak naast de weg naar het strand. Veel mensen komen hier elke dag langs zonder zich te realiseren dat hier zo'n historisch rijk gebied ligt. 

Hieronder eerst de foto's van onze tocht door de rooi op 17 september

Hierna staan de foto's van onze tocht naar de grens met Porto Marie en de zoektocht naar het dorpje