Tweede set indigobakken op plantage Savonet

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Seru Christoffel Chikitu 20150709 054 smallOp donderdag 9 juli 2015 ging een kleine subgroep van de archeologische speurneuzen, François, Fred, Eddy en ik, naar het Christoffelpark. Ons doel was om te zoeken naar een kleine indianensite, die door Jay Haviser in zijn dissertatie wordt genoemd. De site was aangegeven op een kaart en Fred en ik namen die locatie over in onze GPS.
Nadat we onze auto's op de parkeerplaats van het park hadden neergezet, gingen we verder met één auto. Door de parkrangers waren we gewaarschuwd voor bijen in een tamarindeboom bij de plek waar we onze tocht wilden starten. En we kregen te horen dat er een ruïne lag in dat gebied. 

We parkeerden de auto onder een tamarindeboom en controleerden die goed op de aanwezigheid van bijen. Niet te vinden. Maar voor de zekerheid hielden we toch onze spuitbussen met insectenspray bij de hand. We startten onze tocht in de rooi. Vrijwel direct vonden we de restanten van een grote dam. We namen aan dat dat de ruïne was, waar de parkrangers het over hadden. Naast die dam stond ook een tamarindeboom en hier vonden we de resten van een bijenraat op de grond. Hier heeft dus in ieder geval een nest in gezeten. Maar op dit moment zagen we geen bijen. 

We vervolgden onze tocht door de rooi. Een zeer mooie omgeving met een vrij open vegetatie en indrukwekkende tamarinde- en manzaliñabomen naast de rooi. Toen we op een splitsing in de rooi aankwamen namen we de linkertak, omdat die ons in de buurt van de indianensite zou brengen. Nadat we twee stapelmuren gepasseerd waren, verlieten we de rooi en vervolgden we onze route op basis van de koers in de GPS. Onderweg vonden we diverse kleine fragmenten van aardewerk, maar geen schelpen. Toen we op de aangegeven lokatie aankwamen, namen François en Eddy een pauze en begonnen Fred en ik individueel de omgeving van de aangegeven lokatie te verkennen voor sporen van de site. Maar ook dat bleef zonder resultaat. Niet één schelpfragment. 
Terug op de plek, waar de andere twee hun pauze namen, besloten we verder te gaan in Zuidelijke richting om daar te zoeken naar de site. We verspreidden ons om zo een groter oppervlak te kunnen onderzoeken. Het gebied was vrij goed toegankelijk met maar weinig planten met doornen. Maar ook aan deze kant geen spoor van de site. 

Na een tweede pauze besloten we verder te gaan via een andere rooi. Deze keer kwamen we in een gebied met vrij veel artefacten. Zeker niet van indiaanse oorsprong, maar wel duidelijk een plek waar in het verleden vaker mensen kwamen of mogelijk zelfs woonden. 

Via de rooi gingen we terug in de richting van de locatie van de site en daar vervolgden we onze zoektocht in Noordelijke richting. We gingen naar de top van een kleine heuvel. Daar zagen we een aantal zuilcactussen en ook enkele velden met Aloë. Beide zijn mogelijke aanduidingen van vroegere bewoning. En inderdaad vonden we hier veel artefacten en ook de sporen van de fundering van enkele huisjes. 

Het was intussen al redelijk laat geworden en we besloten de grote rooi te volgen richting de auto. En daar op de zijkant van de rooi vond François een indigobak. Een complete verrassing, omdat we niet zo ver daarvandaan bij Pos Monton ook al drie indigobaksystemen hadden gevonden van de plantage Savonet. Blijkbaar had deze plantage een tweede veld met indigo dat het de moeite waard maakte om nog een tweede set indigobakken te bouwen. En niet één systeem. Ernaast vonden we de resten van een tweede systeem en iets verderop nog delen van wat we eerst dachten dat mogelijk een derde systeem was, maar wat bij een later bezoek bleek een restant te zijn van een waterput.
Wat deze vondst echter extra interessant maakt, is dat de rottingsbak van het meest intacte systeem is onderverdeeld in kleinere compartimenten. Dat maakt dit systeem het eerste, dat duidelijk hergebruikt is nadat de indigoproductie was gestopt. Op basis van de maat van de kleinere compartimenten is het waarschijnlijk dat hier leer is gelooid. Ook dat proces heeft water nodig en ook dat proces produceert een doordringende stank, waardoor het looien van leer het beste benedenwinds van het landhuis kan worden gedaan in de buurt van water. Vergelijkbare condities als voor het produceren van de indigokleurstof. Verrassend genoeg is geen enkele andere plantage op het idee gekomen om voor dit leerlooien de indigobakken te hergebruiken. De rottingsbak van een dergelijk indigobaksysteem is veel te groot voor leerlooien, maar door er met scheidingsmuurtjes kleinere compartimenten in te maken, wordt deze grote bak geschikt voor leerlooien. Een duidelijk voorbeeld van innovatie. 

We controleerde de bakken op de normale aanduidingen dat het inderdaad gaat om een indigobaksysteem. Het systeem bestaat uit meerdere bakken (duidelijk zichtbaar voor het meest intacte systeem), er is een opening tussen de rottingsbak en de slagbak; het gat was nog bekleed met IJsselstenen en voorzien van roze watervast pleisterwerk; en in twee van de binnenhoeken van de rottingsbak vonden we IJsselstenen ingebed in de waterdichte pleisterlaag. Het was interessant om te zien dat deze IJsselstenen duidelijk aangetast waren door de aggressieve vloeistof, die nodig is voor het leerlooien.

Wellicht is dit de ruïne waar de rangers het over hadden. In dat geval was de lokatie van deze indigobakken wel bekend, maar waren ze nog niet ge:identificeerd als indigobakken.

Tevreden met deze zeer succesvolle speurtocht, ook al hebben we de indianensite niet gevonden waar we voor kwamen, gingen we terug naar de parkeerplaats van het park.