Indigobakken en meer op de Santa Barbara plantage

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

StBarbara 20150402 049 smallOp donderdag 2 april 2015 gingen we naar de Santa Barbara plantage; we hadden toestemming van het management gekregen om het gebied ten Noorden van het Spaanse water te onderzoeken. Volgens de Werbata kaart zijn er in dat gebied diverse putten en dammen te vinden. Het betrof ons eerste bezoek aan dit gebied.

We parkeerden onze auto's bij het sales office net vóór de poort en gingen daarna naar de toegangspoort om ons te melden bij de bewakers. Daarna gingen we een Manzaliñabos in via een van de vele zandwegen in dit gebied. En ondanks dat we op een zandweg liepen lukte het me toch weer om blaren van de Manzaliña op elk van beide armen te krijgen . Ik moet serieus overwegen om een shirt met lange mouwen te gaan dragen voor deze tochten.

Op een kaart uit de vijftiger jaren van de vorige eeuw staat een satellietstation aangegeven op of dichtbij een heuvel, dus daar gingen we naar op zoek. Helaas konden we niets vinden. Wat we wel vonden waren sporen van iets dat leek op een opgraving met delen van (waarschijnlijk) Spaans aardewerk en ook schelpen, hier achtergelaten door Indianen. Terwijl wij op zoek waren naat het satellietstation, was Carel een andere richting uitgegaan; hij belde ons om te melden dat we naar hem toe moesten komen, want hij had indigobakken gevonden. Dat is altijd goed nieuws, dus we gingen terug naar de top van de heuvel en vandaar op aanwijzing van Carel richting de indigobakken. En inderdaad, twee complete systemen van indigobakken dichtbij de plaats waar op de Werbatakaart een put was aangegeven. Die put was waarschijnlijk oorspronkelijk een tanki, maar nu is het een diep uitgegraven gat gevuld met zoutwater. De indigobakken zijn in goede conditie en blijkbaar gespaard door de bulldozers, die dit gebied hebben schoongeveegd. En tot onze verbazing is bij deze indigobakken ook het onderste kleinste bakje zichtbaar. Meestal is dat in de loop van de tijd onder de grond verdwenen. De bovenste en middelste bak zijn beide volledig gevuld met aarde. Onbekend is waarom dit is gebeurd, maar het moet opzettelijk zijn gedaan. De kleine vangbak (onderste bak) van een van de twee systemen is in bijzonder goede conditie. We konden de waterdichte roze pleisterlaag zien, mooi glad, met daaronder de IJsselstenen van de wand van het bakje. Het zou een goed idee zijn om deze Indigobakken uit te graven en te conserveren omdat ze in zo'n goede conditie zijn.

Daarvandaan gingen we in de richting van een lange dam, die deels uit aarde, deels uit steen zou moeten bestaan. Die dam bleek dichtbij de indigobakken te liggen. Ernaast vonden we een stortplaats van bouwpuin van verschillende eeuwen; we vonden een deel van een vloertje van IJsselstenen, veel kalkstenen, oude dakpannen, maar ook moderne betonblokken en moderne dakpannen. Terug bij de dam konden we zien dat deze aan één kant (de kant van het Spaanse Water) bekleed was met kalkstenen, terwijl de andere kant van de aarden dam geen bekleding had. Precies zo ishet ook aangegeven op de Werbatakaart. In het gedeelte met de stenen bekleding is ook een kleine sluis aangebracht.

Na een pauze vervolgden we onze speurtocht langs de dam en daarna naar het Zuiden richting de kust van het Spaanse water. Onderweg vonden we meer en meer schelpen, waaronder ook de Melongena melongena en uiteindelijk stonden we op een grote heuvel met schelpen. Beslist een vroegere indianensite. De aanwezigheid van de Melongena geeft aan dat het hier om de eerste indanen op Curaçao gaat.

Onze volgende stop was een bos dat Karel zich herinnerde als een bos met grote Mahokbomen. Helaas waren die grote Mahokbomen er niet meer op een enkeling na. Enkele waren omgevallen, maar de meeste waren ten prooi gevallen aan de houtindustrie.

Ondanks het feit dat het inmiddels behoorlijk laat en warm begon te worden besloten we toch nog op zoek te gaan naar een aantal putten en dammen ten Oosten van het gebied, dat we al doorzocht hadden. En inderdaad vonden we een dam en de twee andere putten (de eerste van de drie op de kaart lag bij de indigobakken); beide bleken geen put te zijn, maar ondiepe tanki's. Verder naar het Zuiden vonden we nog een put (niet op de kaart, dus recenter) en de derde dam in dit gebied. Daar namen de meeste speurneuzen een rustpauze, terwijl Fred, Hetty en ik nog op zoek gingen naar een vreemde structuur op de Werbatakaart. We moesten daarvoor dwars door een zeer dichte begroeiing en de structuur bleek ook nog niet op de aangegeven plek te liggen. Maar na enig zoeken vonden toch iets. Het bleek een bijzonder mooie put te zijn met daaraan vast twee rechthoekige drinkbakken voor vee. De put was zo bijzonder omdat binnen de oude putrand van kalkstenen een nieuwe wand van bakstenen was aangebracht. De hele binnenkant was van boven tot onder bedekt met bakstenen. Dat hebben we nog niet eerder gezien.

Daarmee kwam er een einde aan onze speurtocht. We gingen via de zandweg terug naar de auto's. Het was een zeer interessante tocht met interessante vondsten. Zeker de moeite waard. En, omdat we niet het hele gebied hebben doorkruist dat we hadden willen doorzoeken, is het zeker de moeite waard om nog eens terug te komen.