Raphael

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Op donderdag 5 september trof de vrijwel complete groep archeologische speurneuzen elkaar bij de kleine jachthaven aan de baai van Piscadera. Daar parkeerden we onze auto's; na een korte wandeling over de zandweg trokken we de mondi in. We hadden een aantal doelen voor deze dag: we wilden bekijken hoe het landhuis erbij staat, we wilden zoeken naar resten van vroegere slavenbewoning in de buurt van het landhuis en we hoopten indigobakken te ontdekken in dit gebied. We hebben een aantal van deze doelen gerealiseerd, maar voor een aantal van ons bleek dit een zeer intensieve dag te worden.

Raphael 20130903 010 small

De begroeiing in dit gebied was niet al te dicht. Dat is ook wat we verwacht hadden, want Uniek Curaçao heeft in het verleden dit gebied toegankelijk gemaakt. Maar blijkbaar is dat al enige tijd geleden, want we hebben geen spoor van enige trail kunnen ontdekken. Niet echt een probleem voor ons, want we hebben geen pad nodig om onze weg te vinden. 
Op weg naar het landhuis splitste de groep zich. François en Fred gingen op zoek naar overblijfselen van slavenbewoning; de rest ging rechtstreeks richting het landhuis. François en Fred vonden veel artefacten in het gebied, waaruit duidelijk vroegere bewoning bleek. Echter geen sporen van fundamenten of andere overblijfselen van slavenhuisjes. Toch is er voldoende indicatie om te verzoeken om verder archeologisch onderzoek in dat gebied.

Het landhuis was helaas niet meer dan een ruïne. Voor een belangrijk deel als gevolg van gebrek aan onderhoud in de loop van de tijd, maar voor een deel ook als gevolg van een uitgevoerde afgraving van diabaas. Daarbij zijn delen van het landhuis vernield, zoals duidelijk te zien is op de foto. Dit is niet de manier waarop we als land zouden moeten omgaan met ons cultureel erfgoed.

In het verleden was dit een indrukwekkend landhuis van twee verdiepingen met een magasina ernaast. Uit kleine details is nog te zien hoe prachtig dit landhuis was. Er is een trap, gemaakt van IJsselstenen; de buitenmuur van de keuken heeft een mooie boogvormige ingang en ramen omlijst door IJsselstenen (zie foto's hieronder). Aan de voormalige voorkant is nog één deel te zien, waaruit blijkt dat het gaat om een gebouw van twee verdiepingen. Er staat nog één hoek van de tweede verdieping overeind. De voorkant van het landhuis had fraai gebeeldhouwde pilaren aan weerszijden van de trap naar de ingang. Het hout, dat is gebruikt voor de bouw, is van een uitermate harde kwaliteit. De doorsnede van een balk toont extreem veel jaarringen per cm.
Naast het landhuis is een grote waterbak. Een interessant detail is dat aan de onderkant van die waterbak een opening is gemaakt, waar water kon worden getapt uit de bak. 

Na een rustpauze gingen we verder in de richting van de vele putten en dammen, die zijn aangegeven op de Werbata-kaart. Een van die putten heeft een bijzondere structuur bestaande uit twee concentrische ringen. In de put groeit nu een grote boom. In een van de dammen vonden we enkele sluisjes. Blijkbaar was dit een waterrijk gebied.  

Terwijl de meesten een rustpauze namen, besloot Fred om op zoek te gaan naar nog een andere put. Ik volgde hem en na enige tijd sloot ook Hetty zich bij ons aan. Maar vrijwel direct liepen we vast in een gebied, dat was overwoekerd door Palu di Lechi. Dat is een klimplant met uiterst taaie stengels. We konden er op geen enkele manier doorheen komen, dus daarom besloten we tot een andere aanpak, namelijk bovenop de begroeiing lopen. We hadden daarbij verwacht dat de barrière slechts een kleine hindernis zou zijn, maar dat bleek al snel een misvatting. Eenmaal boven op de begroeiing bleek het hele gebied, zover als we konden kijken, overdekt te zijn met deze plant. We probeerden er het beste van te maken door zoveel mogelijk bovenop de begroeiing te blijven, maar niet overal was de begroeiing dicht genoeg om ons te kunnen dragen. Vrijwel nergens kwamen we weer op de grond terecht en meestal bevonden we ons tussen de 1 en 2 meter erboven. Op sommige plaatsen reikte de wandelstok van Fred niet eens meer tot aan de grond. Een speciale ervaring, maar wel een erg vermoeiende, omdat we moeite moesten doen om boven op de planten te blijven; daarbij kwamen onze schoenen ook nog regelmatig vast te zitten in de taaie stengels. De afstand tot de locatie van de put was maar 85 meter. We hebben die plek bereikt, maar geen put gezien. Niet zo vreemd, want we kunnen er overheen gelopen zijn zonder de put te kunnen zien.
De weg terug was nog moeilijker omdat we intussen behoorlijk moe waren geworden. Bovendien was het flink heet; we liepen in de volle zon boven op de planten. Onze rustpauzes werden dan ook steeds frekwenter en duurden steeds langer. Gelukkig hadden we de anderen inmiddels telefonisch laten weten, dat het beter was om ons niet te volgen. En, terwijl wij nog aan het worstelen waren met de Palu die Lechi, kregen we een telefoontje van de rest van de groep, dat ze al terug waren bij de auto's. 
Eindelijk bereikten we de dam, waar we 2,5 uur eerder aan dit avontuur waren begonnen. Daarvandaan was het relatief gemakkelijk om terug te lopen naar de auto's.

We hebben de put niet gevonden en zeker geen indigobakken, maar we zijn een bijzondere ervaring rijker.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit verslag.