Pannekoek - de Seru Bandera

Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief
 

Enige tijd geleden zijn we, met succes, op zoek gegaan naar oude huisjes op de plantage van Pannekoek. Daar is nog een groot gebied door ons niet bekeken en dus togen we er op donderdag 9 augustus nogmaals naar toe. Deze keer mochten we de auto's parkeren op het erf van de kunukeru, waar we de vorige keren kennis mee hadden gemaakt. Dat scheelde ons een stuk lopen. Bovendien wist hij ons te vertellen dat aan de voet van de Seru Bandera nog niet zo lang geleden ook een kunukeru had gewoond, maar dat zijn huis en terrein verlaten was sinds zijn dood. We gingen dus als eerste op zoek naar dat huis.

Pannekoek 20120809 010 small

 We liepen langs het zandpad tot daar waar we in de mondi een prachtig groene Tamarindeboom zagen staan. Al snel vonden we naast het pad de restanten van een vrij modern huisje, oorspronkelijk opgebouwd uit blokken. Ondanks dat het huis ongetwijfeld uit de tweede helft van de 20e eeuw is, is er nagenoeg niets meer van over.
Dichtbij, in de inmiddels drooggevallen vallei met achterliggende aarden dam, vonden we de fraaie tamarindeboom. Op de bast van die boom is duidelijk te zien hoe hoog in de natte tijd het water komt. In diezelfde vallei zijn ook nog de sporen te zien van een waterput met molen. De geboorde put is voorzien van een PVC-buis met aan de bovenkant een metalen rand. Eromheen zijn nog de betonnen voetpunten aanwezig, waar de molen op heeft gestaan.

Vanaf de tamarindeboom trekken we de helling op van de Seru Bandera. Een opvallend gemakkelijke tocht, omdat er nog weinig wabi's op de helling staan en ook de andere begroeiing nog vrij open is. Na korte tijd komen we aan op de top, waar we geen spoor vinden van een bandera (vlag). Wel treffen we er de grensmuur aan tussen de plantages Pannekoek en Dokterstuin. En enkele fraaie Wayaká's. Die Wayaká's zijn de favoriete bomen voor het slakje Drymaeus Elongatus; het valt wel op dat er meer van deze slakjes te vinden zijn op de bomen, die goed in de wind staan, dan op de bomen in de luwte. Blijkbaar houden de slakjes ook van verfrissing.

We gaan de helling weer af, waarbij we natuurlijk niet dezelfde route volgen, en komen via een stelsel van rooien en dammen weer uit bij de tamarindeboom, waar we in de schaduw een rustpauze nemen.

Het is nog vrij vroeg en we besluiten op de helling aan de andere zijde van het pad te zoeken naar restanten van huisjes. Op de kadasterkaarten van 1962 en 1993 staan deze aangegven, maar op de Werbatakaart van begin 1900 komen ze nog niet voor. Met de GPS vinden we al snel de restanten van een drietal huisjes op de op de kaarten aangegeven plek. Opvallend is dat deze huisjes zijn opgetrokken van stenen van diabaas en niet van de gebruikelijke kalksteen. Ze zijn gepleisterd en mogelijk zijn de muren verder opgetrokken met lattenwerk. In een van de huisjes staan nog twee stammetjes van Brasia-boompjes overeind, verankerd in de stenen muur en buiten de huisjes liggen meer van die stammetjes. Opvallend is ook hoe weinig er nog over is van deze huisjes, terwijl ze gebouwd moeten zijn na 1909. In de omgeving vinden we een grote variatie aan flessen en ook enkele po's.

Fred zoekt nog een extra uitdaging en klimt als enige door naar de top van de heuvel, maar vindt daar verder geen resten van bewoning anders dan nog meer flessen en po's. De rest van de groep loopt geleidelijk terug naar het erf, waar we de auto's hebben geparkeerd.

Volgens de kunukeru moeten er op de helling van de heuvel aan de overkant van zijn erf ook nog verlaten en dus waarschijnlijk vervallen huisjes te vinden zijn. We komen hier dus ongetwijfeld nog eens terug.