Landhuis Spijt ontdekt

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Geruime tijd geleden (september 2010), toen we onderzoek deden naar het Werbata punt WB32 op de Seru Kabritu bij Coral Estate, deed François een eerste poging om Landhuis Spijt te vinden, terwijl Fred en ik de auto's oppikten bij de ingang van Coral Estate. Dat was een vergeefse poging. Enkele weken geleden, toen we de poort van Porto Marie gesloten vonden, hebben we weer een poging ondernomen om landhuis Spijt te vinden op dezelfde lokatie als waar François eerder had gezocht. Deze keer weer zonder resultaat, vooral omdat de regen verder zoeken onmogelijk maakte. Op donderdag 29 december gingen we op pad met als enige doel het vinden van het betreffende landhuis. Fred had vooronderzoek gedaan op basis van een drietal kaarten (de Militair Topografische kaart uit 1825, de de z.g. Weduwekaart van 1836 en de Werbatakaart van 1906) en was op basis daarvan tot een waarschijnlijke lokatie gekomen voor het landhuis. Dat zou aan de andere kant van de weg moeten zijn, dan waar we tot nu toe hadden gezocht.

Landhuis_Spijt_20111229_009_smallFred, Michèle, François, Dirk en ik trokken er op uit. De auto's werden geparkeerd langs de weg naar Coral Estate en vervolgens togen we te voet verder op de weg naar Daaibooi. Dirk vond al vrij snel een mooie oude muur van grote kalksteenblokken in het struikgewas vlak langs de weg. François zei direct "dat is een zoutmuur", d.w.z. een muur aangelegd om het transport van het zout van de saliñas naar de zoutpakhuizen bij Daaibooi te vergemakkelijken.

Na nog een eindje over de weg gelopen te hebben, kwamen we ter hoogte van de plek waar het landhuis een hondertal meters diep in het struikgewas zou moeten liggen op een kleine heuvel. Dat struikgewas was zeer dicht en we baanden ons dan ook met grote moeite een weg hierdoorheen en in sommige gevallen zelfs hieroverheen (zie foto hier links). De voortgang was dan ook zeer gering, ca 100 meter per uur. Maar we laten ons hierdoor niet verslaan! En het harde werken werd beloond: op een gegeven moment vonden we de eerste duidelijke sporen van bebouwing in de vorm van stenen met daarop nog pleisterwerk. Reden genoeg om ons enigszins te verspreiden om sneller een groter gebied te kunnen afzoeken. We waren niet de enigen, die hier speurwerk verrichtten, want overal vonden we sporen van door varkens omgewoelde aarde.
Na enige tijd hoorde ik de anderen roepen dat ze een deel van een waterbak hadden gevonden. In plaats van terug te gaan ging ik nog even verder en vond daar restanten van een vloer en gepleisterde stenen. Korte tijd daarna voegden de anderen zich bij me. Landhuis_Spijt_20111229_020_smallHet pleisterwerk bleek het begin te zijn van een lange rechte muur met daarin een opening voor een ingang. De muur was aan beide zijden gepleisterd. We volgden de muur zo goed en zo kwaad als dat ging vanwege struiken en cactussen en kwamen zo een hoek tegen en een binnenmuur. De aanwezigheid van een waterbak in de omgeving en dit fundament van geruime omvang met daarin minimaal één binnenmuur deden ons concluderen dat we het gezochte Landhuis Spijt (Spyt) hadden gevonden. Een historische vondst!

Het zou interessant zijn om de omgeving van dit landhuis iets verder schoon te maken, zodat het fundament opgemeten kan worden. Voor ons geen haalbare kaart meer. We moesten nog terug naar ons beginpunt. In plaats van dezelfde weg terug te gaan kozen we ervoor om ons een weg te banen richting de zandvlakte / Saliña Abou in de hoop dat we langs die saliña een gemakkelijke weg terug naar de auto's zouden vinden. Aangekomen bij de zandvlakte bleek dat een watervlakte te zijn compleet met flamingo's en andere watervogels. Na een korte rustpauze liepen we verder langs de rand. De verwachte eenvoudige route naar de auto's bleef echter uit en we moesten weer de mondi in. Vlak langs het water stonden Manzaliña bomen waar we onderdoor moesten. Dat is uiteraard een riskante boel als je nat bent van regen en zweet en blijkbaar heb ik daarbij ook iets geraakt. Een dag later zag mijn linker bovenarm mooi rood, was pijnlijk en begon blaren te vormen. Weer een ervaring rijker.

Uiteindelijk kwamen we weer uit het struikgewas dicht bij de plek waar we de auto's hadden geparkeerd. Deze tocht was een waardige afsluiting van 2011.