Rif St. Marie

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Na het lezen van het boek Zoutrif van Miriam Sluis kwam een bezoek aan het daarin beschreven gebied rondom het landhuis Rif hoog op mijn verlanglijstje te staan. Op donderdag 19 mei was het zover, Fred, Dirk, Michèle, Carel en ik (François kon er helaas niet bij zijn) parkeerden onze auto's bij de snek van Willebrord en begonnen daar onze wandeling. Zoutrif beschijft in een mengelijk van feitelijkheden en fictie de geschiedenis van de plantage Rif St. Marie. Een zeer lezenswaardig boek! En nu stond ik dan eindelijk op het punt om een aantal in het boek beschreven lokaties te bezoeken

RifStMarie_20110519_046_smallFred was hier samen met François al eerder geweest en had dus een aantal lokaties in zijn GPS staan.

Over een geploegde en nu gedeeltelijk onder water staande akker bereikten we de rand van de saliña. Daar liepen we verder langs prachtige vertikale steenformaties van Midden Curacaolagen met afwisselende zandsteen en kleinschalielagen totdat het water ons geen andere keus liet dan op onze schreden terug te keren en een andere route hogerop te zoeken. Zo bereikten we een op de Werbatakaart aangegeven weg, die door bulldozers ook nu weer een goed begaanbare en vrij brede weg is geworden. Die voerde ons naar de restanten van twee oude kunuku huisjes, waarvan één nog vrijwel helemaal intakt is, maar het andere, op de voorgevel na, helemaal ingestort is.
Op dat moment bevonden we ons nog maar 50 meter van de Pos di Pia, maar we werden geconfronteerd met een vrijwel ondoordringbare mondi en besloten daarom over de weg terug te lopen naar een andere op de Werbatakaart aangegeven weg, die ons tot bij de put zou voeren. Ook die weg is gedeeltelijk gebulldozerd, maar, gelukkig voor het behoud van deze Pos di Pia, niet tot bij de put zelf. Het betekende wel dat we nog een deel door de van veel cactussen voorziene mondi moesten trekken. Fred riep regelmatig de afstanden tot de put af en uiteindelijk riep Dirk "ik zie een muur". Voor ons verscheen een grote plas met water. Deze Pos di Pia heeft geen trap om erin te lopen, maar de wand van de put loopt aan een zijde geleidelijk af en is bekleed met een laag stenen, waardoor men toch vrij gemakkelijk tot bij het water kon komen. Een zijwand van de put is vrijwel vertikaal en daarboven loopt een dam. In de dam is een sluisje gemaakt, waardoor het water via een overloop gecontroleerd in de put kon lopen. Die overloop met sluisje is vrijwel helemaal overgroeid, dus we hadden grote moeite om erbij te komen.

Na een rustpauze gingen we richting het landhuis Rif. Naast de weg, verscholen in de mondi, staat een pilaar van een vogelbad met daarachter een klein kerkhof met twee graven, waarvan er één twee personen zou huisvesten en een ander één. Hier ligt een voorvader van Carel de Haseth begraven, Carel Zacharias de Haseth, een vroegere eigenaar van het landhuis Rif. Voor de huidige Carel de Haseth een belangrijke reden om mee te gaan op deze wandeling, want op een eerdere tocht van hem met Miriam Sluis was het graf niet gevonden.

Achter het kerkhof ligt een grote koraal van het landhuis. Op de muur, die naar het kerkhof toe is gekeerd, staan een aantal kolommen. Toeval of een extra aandachtspunt vanwege het erachter liggende kerkhof?

Hierna bezochten we het landhuis. Jammer om te zien hoe vervallen dit is. Het moet een mooi en groot landhuis zijn geweest. Diverse ornamenten wijzen erop dat bij de bouw niet op kosten is bespaard. Maar klaarblijkelijk staan conflicten over wie er nu aanspraken op kan maken een restauratie in de weg.

Vanaf het landhuis lopen we langs de saliña nog naar de twee indigobakken en het restant van het cilindergraf in de uiterste Zuidhoek van de saliña. Van de kleine indigobak is niet veel meer te zien dan een hoek met gele IJsselsteentjes; de tweede, veel grotere bak, heeft nog twee van de drie voor de productie van indigo benodigde bakken, maar de tweede bak is inmiddels in slechte staat. De grond onder de vloer van de tweede bak is weggespoeld en de bak is gedeeltelijk ingestort. Bovendien is de bak helemaal overwoekerd, waardoor hij nog nauwelijks zichtbaar is. Ook van het in de buurt liggende oude cilindergraf is niet veel meer over.

Na een lange terugweg, waarbij Carel vlak bij de auto's nog een zeldzame libelle vindt, gaan we nog even bij François langs, waar we onder het genot van een drankje nog even doorpraten over zijn en onze ervaringen. Het was weer een leuke tocht.