Landhuis St. Catharina en omgeving

Gebruikerswaardering: 3 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter inactiefSter inactief
 

Op donderdag 7 oktober gingen François, Fred, Rita, de zus van Fred, die voor haar jaarlijkse vakantie op het eiland aanwezig is, en ik op weg naar het landhuis Santa Catherina. Fred en François waren er niet zo lang geleden nog geweest, maar voor Rita en mij was het de eerste keer. Doel was om te onderzoeken of we aanwijzingen konden vinden dat er in het verleden een steil dak op het landhuis heeft gezeten.
We parkeerden onze auto's bij de toko Seru Pretu en gingen vandaar te voet naar het landhuis. De weg is ook voor auto's begaanbaar (helaas, zoals we aan het vele vuil onderweg konden zien), maar we gaven de voorkeur aan de benenwagen. En dat bleek al snel voordelen te hebben, want we kwamen onderweg veel shimarukubomen tegen vol met vruchten. De grond eronder bezaaid met afgevallen vruchten. We hebben het ons goed laten smaken. De vruchten zijn verfrissend en dat was hard nodig, want het was uitermate vochtig en er was geen wind.

StCatherina_Landhuis_20101007_024_smallOok vonden we tot onze verbazing op twee plaatsen bloeiende nachtcactussen (Dama di Anochi). Zoals de naam al aangeeft, bloeien deze normaal gesproken alleen 's nachts. Blijkbaar is het weer zo somber, dat het onderscheid tussen dag en nacht voor deze cactussen is vervaagd, want op allebei de plaatsen zaten er bloeikelken op de plant.

De weg naar het landhuis is recent gebuldozerd en dat lijkt gedaan te zijn om de gestolen auto, die François en Fred de vorige keer hadden gevonden, te kunnen verwijderen. Voorbij de plek, waar de auto stond, is niet gebuldozerd.

We hebben het landhuis van alle kanten bekeken, Rita heeft ongetwijfeld weer mooie en interessante foto's gemaakt van zaken, die alleen haar opvallen. Wat de dakconstructie betreft, zijn er inderdaad aanwijzingen, geen zekerheden, dat er een steiler dak op het landhuis heeft gezeten. De meest duidelijke aanwijzing is het doorlopen van de binnenmuren tot boven het huidige plafond, waardoor die muren gediend kunnen hebben om het steile dak te ondersteunen.

Aan de zijkant van het landhuis heeft in het verleden een trap gezeten, maar daar is geen spoor meer van te vinden. Ik heb me nog een weg gebaand door het struikgewas aan de onderzijde van de muur, maar ook daar heb ik geen enkele aanwijzing voor een trap gevonden.

Na het landhuis zijn we de kleine heuvel opgegaan acher het landhuis. Fred had die de vorige keer al deels beklommen en daarbij enkele interessante nissen ontdekt. Die hebben we nu ook weer bezocht en daarbij kwamen we al snel een dusdanige hoeveelheid oude schelpen tegen, dat we van een indianensite durven spreken. Toen François ook nog indianentekeningen op de wand van de eerste nis vond, was het duidelijk: dit is een site!

Op de top van de heuvel hadden we een mooi uitzicht. In de verte was Bonaire te zien en dichterbij het landhuis met daarachter de windmolens. De andere kant op hadden we een prachtig uitzicht op het water achter de dammen. Door de vele regen staat het water erg hoog.

Aan de tegenoverliggende kant van waar we naar boven waren gekomen vond François een gemakkelijke route naar beneden. Onderweg kwamen we nog een kleine grot tegen, waar we net in konden kruipen. Staan was niet mogelijk. Ondanks het kleine formaat waren er mooie druipsteenformaties en zaten er vleermuizen in de het achterste gedeelte van de grot. En, hoewel het achterin vrij donker is, is het toch enkele zaadjes gelukt om daar recent te ontkiemen.

Ook tijdens deze tocht kwamen we weer diverse mooie paddestoelen tegen en ander natuurschoon. Het laat zien, dat Curaçao veel te bieden heeft voor iedereen, die er oog voor heeft en bereid is om van de gangbare wegen af te gaan.