Het asfaltmeer en het zoetwatermeer

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Op donderdag 17 oktober 2013 gingen de speurneuzen naar het asfaltmeer. Op uitnodiging van Karel Aster, de directeur van het Asphalt Lake Recovery bedrijf, kregen we toegang tot dit normaliter afgesloten terrein. We kregen van hem persoonlijk een uitleg over de geschiedenis van het asfaltmeer en het proces om het asfalt te verwerken. Daarna gingen we naar het zoetwatermeer in Emmastad, waar we vrij waren om dit terrein te verkennen.

Buskabaai 20131017 002 smallEerst wat geschiedenis uit een (vertaald) verslag van de Nederlandse Mileudefensie: Gedurende de tweede wereldoorlog produceerde de Isla brandstof voor de geallieerde legers. De markt voor deze lichte olieproducten was veel groter dan de markt voor de zwaardere restproducten. Om die reden werd het restant van de zware Venezolaanse olie (naar schatting 1,5 miljoen ton asfalt) gedumpt in de Buscabaai grenzend aan de raffinaderij. Nog steeds is dit meer gevuld met ongeveer 1 milljoen ton asfalt.  Volgens Shell werd in de periode 1983-1985 door een contractor (Nareco) ongeveer een half miljoen ton van dit afval verwerkt tot brandstof voor de raffinaderij. Dit was een proces dat financieel zowel voor Shell als de contractor profeitelijk was. Het contract met deze contractor was onderdeel van de deal bij de verkoop van de Curaçaose beziitingen door de Shell in 1985. In 1985 werd gedacht dat in de komende tien jaren het hele asfaltmeer opgeschoond zou worden. Het resterende zand-asfaltmengsel zou vervolgens worden verbrand in een verbrandingsoven. Maar, nadat Shell was vertrokken, is de verwerking na enkele jaren gestopt.

Vanaf 2010 heeft het bedrijf Asphalt Lake Recovery het proces weer opgepakt. Het asfalt wordt verwerkt tot een commercieel interessante brandstof. Dit bedrijf heeft zijn eigen raffinaderij, opslagtanks en ook terminals voor het ontvangen van halfproducten en voor het afleveren van het eindproduct aan tankers. Naar verwachting wordt het hele asfaltmeer in de komende 4 jaren opgeruimd.

Na de uitleg door Karel Aster gingen we naar de overblijfselen van de waterbakken in dit gebied. Op de Werbatakaart van begin 1900 staan deze waterbakken al aangegeven. Op onze weg naar deze waterbakken kwamen we langs de plek, waar op dit moment het asfalt wordt verwijderd. Een graafmachine grijpt een stuk asfalt, spoelt dit in het grondwater om de aanhangende grond te verwijderen en plaatst het vervolgens in een gereedstaande vrachtwagen. Wat mij opviel is dat de asfaltlaag veel minder dik is dan ik verwachtte. De laag is slechts enkele decimeters dik, zoals in een van de foto's goed is te zien.

De waterbakken zijn nog redelijk intact, maar ze zijn grotendeels overdekt met teer. Blijkbaar is er een periode geweest, waarin het met teer verontreinigde water veel hoger stond dan nu het geval is. Dit heeft geresulteerd in een dikke laag teer op de lagere waterbakken. Alleen de grootste waterbak heeft een schone bovenkant. Wel is aan de binnenkant van deze waterbak te zien hoe hoog het verontreinigde water stond in het verleden. 

We wandelden over het asfalt terug naar onze auto's. Het asfalt is dik genoeg om je te dragen op voorwaarde dat je niet te lang op één plek blijft staan. Als je dat wel doet, zie je na enige tijd een duidelijke afdruk van je voetzool in het asfalt. 

Vervolgens reden we rondom het asfaltmeer en daarvandaan naar het zoetwatermeer aan de Noordkant van het asfaltmeer.  Dit meer bevat het hele jaar door zoetwater. Vreemd genoeg zagen we niet veel watervogels in dit meer. We zagen meer watervogels in het asfaltmeer dan in dit meer.
Ik heb een poging gedaan om rondom het meer te lopen, maar werd op tweederde van deze tocht verrast. Plotseling voelde ik een steek in mijn hand. Daar was een bij neergestreken, die mij blijkbaar wilde waarschuwen dat ik te dicht bij hun nest was gekomen. Al snel kreeg deze bij gezelschap van soorgenoten. Ik zette het op een lopen en passeerde daarbij het nest - een oude termietenhoop - dat volledig was bedekt met bijen. In zo'n geval is de mondi veel minder een hindernis dan wanneer je gewoon op pad bent. Ik was in staat om de aanval te overleven met slechts een tiental steken. Maar het was duidelijk dat rondom het meer lopen geen optie was. Op de terugweg kwam ik Fred en André tegen. Fred wilde toch dit gebied iets meer verkennen, dus we gingen weer op pad, deze keer het gebied rondom het nest vermijdend. Maar als snel kwamen we toch weer een nieuwe hindernis tegen. Een hek met daarachter een huis. Zoals op het kaartje met de track is te zien, was dit een van de huizen langs de Margrietlaan.

We gingen weer terug en troffen de rest van de groep. Inmiddels waren Eddy en Dirk vertrokken. Eddy was enkele dagen eerder ook gestoken door een bij en had een sterk opgezette hand. Nogmaals gestoken worden leek hem niet verstandig.
Wij, Carel, Michèle, Fred, André en ik, besloten na een lange rustpauze om de wandeling eerder dan normaal te beëindigen. 

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit verslag.