Op zoek naar de seinpost op St. Nicolaas

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Op basis van een brief, gedateerd 9 januari 1880, van gouverneur Kip, waarin melding wordt gemaakt van het plaatsen van diverse seinposten, waaronder een "op den berg van St. Nicolaas", gingen we (François, Fred, Michèle, Dirk, Carel, Allan, Eddy en ik) op donderdag 12 januari 2012 op pad om de Seru Janchi te beklimmen. Omdat dit de hoogste berg is op het landgoed van St. Nicolaas, hoopten we daar de betreffende seinpost te vinden. We hadden toestemming gekregen van de beheerders van dit landgoed om de auto's binnen te parkeren en het onderzoek uit te voeren.

 

Seru Janchi_20120112_002_smallEven over half negen gingen we door de poort en parkeerden de auto's op de parkeerplaat vóór het landhuis. Vandaar begonnen we onze wandeling. Het eerste stuk tot aan de voet van de berg ging over een asfaltweg, dus dat was geen probleem. Bij de voet van de berg aangekomen zochten we sporen van een stapelmuur, die hier zou moeten lopen volgens de Werbata-kaart. Aangezien we daar niets van vonden, gingen we op basis van de GPS de mondi in. Die bleek erg dicht te zijn. Ter illustratie: we hebben tijdens die tocht ruim 300 meter afgelegd in 2 uur en 3 kwartier. Dat betekent dat we elke minuut 2 meter voortgang boekten. Veel cactussen, die de weg blokkeerden, diverse Bringamosa's langs het pad en de gebruikelijke struiken en bomen, die het ons moeilijk maakten om tempo te maken. Maar met de bekende "Dirk-schaar" baande Carel ons een weg door de struiken. Carel werd gevolgd door Fred, die het geknipte pad nog wat verder verbreedde, zodat de rest van de groep een relatief gemakkelijk doorgang had. Na enige tijd vonden we de eerste sporen van de stapelmuur. Voldoende vaag om niet zeker te zijn of dit daadwerkelijk de muur op de kaart was. Volgens François was dit een natuurlijke formatie, het Knipgesteente, door François fraai vertaald naar het Papiamentu als "Baranka di mama". Iets verderop stuitte Carel op een vrij steile wand van dit moedergesteente met daarin op een strategische plaats een lange Bringamosa. Carel en Fred vonden toch een veilige opgang en na enige tijd stonden we op de heuvelrug. Daar vonden we ook vrij snel duidelijker sporen van de stapelmuur.

 

Vanaf dat punt volgden we zo goed en zo kwaad als dat ging de stapelmuur. Dat vergemakkelijkte in elk geval de keuze van het pad, maar niet noodzakelijkerwijs de doorgang. De muur was behoorlijk overwoekerd. Dat verklaart waarschijnlijk ook, waarom deze muur voor het grootste deel niet voorkomt op de kadasterkaart van 1993. Die kaart is gebaseerd op luchtfotografie en dat betekent dat kenmerken op de grond, die niet zichtbaar zijn vanuit de lucht, gemakkelijk worden gemist. Een klein stuk van de stapelmuur staat wel op de kadasterkaart van 1993 en dat gedeelte is inderdaad veel beter gedefinieerd (hoger en breder).

Nadat we de T-kruising in de stapelmuur hadden gevonden ging het even wat gemakkelijker, maar de ochtend was intussen reeds ver gevorderd. Het was duidelijk dat we de top niet zouden halen. We spraken af tot uiterlijk 12 uur door te gaan. Rond kwart voor twaalf bereikten we een vrij vlak stuk, waar Fred ook een deel van dakpan vond. Mogelijk een aanduiding van het wachthuis, dat bij de seinpost gestaan zou hebben. François trok zijdelings de struiken in, in de hoop daar meer artefacten te vinden. Fred en ik gingen nog wat verder, want ik wilde weten of de muur eindigde waar op de kadasterkaart de muur stopte. Dat bleek niet het geval te zijn. De muur loopt gewoon door, maar we besloten er daar toch een punt achter te zetten. Ook François had naast de muur verder niets gevonden. We besloten terug te gaan naar het landhuis.

Op de terugweg ging het nog even mis. Fred maakte een slipper op de muur, die regelmatig uit vrij losliggende stenen bestaat. Hj maakte een behoorlijke smak, die hem een fink bloedende hoofdwond opleverde. Michèle liet hem, voor zover dat mogelijk was in de beperkte ruimte op de muur, liggen en Allan greep direct naar zijn leger-EHBO-kit. Fred kreeg een fraaie legergroen Seru Janchi_20120112_048_smallsnelverband aangelegd, dat het zichtbare bloeden in ieder geval stopte. Fred zag nog wat bleekjes vanwege het vele bloed, maar was in goede handen bij Michèle en Allan. Met drinkwater en een in water gedrenkte doek rond zijn nek, knapte hij weer snel op en kon hij weer lachen. Na een korte pauze om weer op krachten te komen nam hij zowaar de koppositie om de weg terug te vinden.

Na aankomst bij het landhuis bestudeerden we de eerder gezien vlaggemast wat beter. Die was erg robust voor een gewone vlaggemast. Hij had meer de kenmerken van de voet van een seinpost, zoals we die al op een aantal bergtoppen hadden gevonden. Zou het kunnen zijn dat dit de door Gouverneur Kip genoemde seinpost is? We zullen het pas zeker weten als we geen restanten van een seinpost vinden op de top van de Seru Janchi en de andere berg op dit landgoed, de Seru Koeki. Voldoende aanleiding om de volgende week te trachten alsnog de top van de Seru Janchi te bereiken. Dat moet nu haalbaar zijn, nu er een redelijke doorgang gemaakt is tijdens deze wandeling.