Speurtocht naar het Gat van Casar

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Op 2 december 2010 gingen François, Fred, Dirk en ik weer op speurtocht. Deze keer niet naar een fort, maar eigenlijk naar het gevolg van het ontbreken van een verdedigingsmacht toen die nodig was. We gaan terug in de tijd naar 1713. In dat jaar is een Franse Admiraal, Casar, erin geslaagd om Curaçao binnen te vallen. Hij deed dat door voor anker te gaan in de "Bogt van Casar" buiten het zicht van de langs de kust aanwezige forten. Vandaaruit ging hij met sloepen aan land op een plek, waar geen verdediging aanwezig bleek te zijn (het "Gat van Casar" gelegen vlak bij "De hoek van Casar"). Deze invasie leidde tot een korte bezetting van het eiland totdat de betreffende admiraal bereid bleek te zijn het eiland weer te verlaten tegen betaling van losgeld. Piraterij, zoals we die nu nog zien voor de kust van Somalië, maar dan niet door een tanker te kapen, maar een heel eiland.

Er is een kaart uit 1784 van de kustverdedigingswerken van Curaçao gemaakt door Creefts. Die kaart staat hieronder bij de foto's. Naast deze oude kaart beschikten we ook over een oud-Nederlandse archieftekst van directeur J. Rodier, uit 1774, die door Helma Maduro-Molhuijzen is uitgetypt. Het deel van die tekst, die betrekking heeft op de betreffende invasie volgt hierna:

Even boven deze baay (St. Cruz) is een plaats het Cassards gat genaamd, alwaar een plaat is die heel plat is, en waar men met chaloupen soude kunnen ankeren en debarqueren, welke plaats buyten het bereik van het geschut van het fort op de Sta. Cruys Baay is, maar alschoon men hier op die plaats wilde landen, en effectief reeds geland was, so soude twee man in staat zijn, een heel leger af te kaezen?; om hier landwaarts in te dringen is geen andere weg, als een gat, waardoor Man voor Man moet opklouteren en door kruypen, sodra het hoofd buyten dit stak en die af te kappen, en dus alhier het landen byna onmogelijk is, alschoon ten tijde de franschen onder Monsieur Casard op dit eyland in het jaar 1713 geweest sijn, de landing alhier geschied is, waar van het ook de naam Casardsgat gehouden heeft.

Op basis van deze informatie en de Kadasterkaart van 1993, heb ik mijn conclusies getrokken waar de verschillende hierboven genoemde lokaties zouden moeten zijn. Daarbij ging ik er van uit dat de kustvorm, zoals we die zien op de kaart van Creefts, redelijk betrouwbaar was. Mijn ideeën heb ik tegen Fred aangehouden; die bleek tot een andere conclusie te zijn gekomen, omdat hij de ervaring had, dat de getekende kustlijn geen realistische weergave van de werkelijkheid hoefde te zijn; op basis van zijn redenering neigde ik ernaar om de conclusies van Fred als waarschijnlijker dan de mijne aan te nemen. De speurtocht zou duidelijkheid kunnen verschaffen.

We begonnen onze speurtocht langs de kust bij Boka Fluit op het landgoed Pos Spaño. Mijn eerste conclusie was dat Boka Fluit de lokatie zou kunnen zijn van het "Gat van Casar". Daar bleek inderdaad wel een gat te vinden te zijn, maar dat bleek al snel dood te lopen. Niet juist dus. We baanden ons zo dicht mogelijk langs de kust een weg naar het Westen en bereikten op een gegeven moment een kleine baai, die gebruikt zou kunnen zijn om aan land te gaan. Achterin de baai, achter struikgewas, bleek een klein gat te zijn dat naar boven leidde. Fred kroop er als eerste doorheen; daarna volgde ik. François was via een andere route naar de andere uitgang van het gat gegaan om vast te stellen of je daar inderdaad eenvoudig de vijand had kunnen tegenhouden door hun hoofd eraf te hakken, zodra ze uit het gat kwamen. Dat bleek ook te kunnen, dus dit zou het Gat van Casar kunnen zijn.

Pos_Spano_Casar_20101202_017_smallHet gat zou in de buurt van de Hoek van Casar moeten liggen, dus liepen we verder langs de kust. Onderweg kwamen we nog een kleine baai tegen, die ook gebruikt zou kunnen zijn voor de aanlanding. Aan de Oostelijke zijde van de baai bevindt zich een vlakke plaat, die gebruikt zou kunnen zijn om aan land te gaan. En ook hier bleek er een gat in de rotswand te zitten. Dat gat ligt op een voor de hand liggende plaats om erdoorheen te gaan als je op de vlakke plaat aan land was gekomen. In dit geval moesten de soldaten, na door het gat gekropen te zijn, door een smalle spleet gaan, waar ze aan het einde naar boven moesten klimmen; daar was de perfecte plek om ze een voor een op te wachten en het hoofd af te hakken. Vlakbij leek ook de Hoek van Casar te liggen. Fred en François ondernamen de klim de klif op om dat met zekerheid vast te stellen. Ik bleef achter, omdat ik na mijn eerdere val de rotswand niet vertrouwde. Ook Dirk koos het zekere voor het onzekere en bleef achter. Na terugkeer van Fred en François bleek daar inderdaad de Hoek van Casar te liggen op de grens met de plantage van St. Crus.Het eerder gevonden gat viel daarmee definitief af. Dit laatst gevonden gat was duidelijk het Gat van Casar!

Wat we nu nog misten was de lokatie van de Bogt van Casar. Die zou verder naar het Westen moeten liggen, dus gingen we terug naar Boka Fluit en liepen vandaar langs de kust richting het Oosten. Daar vonden we al vrij snel een langgerekte bocht in de kust met daarvoor een ondiep stuk zee, waar de vloot voor anker had kunnen gaan. Deze bocht lag ook ruim buiten het zicht van de omliggende forten. Onze conclusie was dan ook dat we de Bogt van Casar hadden gevonden.
We liepen nog een klein eindje door en vonden daar een oude grensmuur. Het is niet de grens met de plantage van San Nikolas, want die ligt voorbij Boka Pos Spaño.

De speurtocht was dus zeer geslaagd. We hebben zowel de Bogt, als het Gat, als de Hoek van Casar gevonden. Daarnaast was het ook nog een leuke tocht. Voor het eerst sinds lange tijd scheen het zonnetje weer eens.

Hieronder staan de foto's van deze tocht. Onder de foto's als toegift nog een kort videofilmpje van de "tovertruc van François".

Toegift: de tovertruc van François. Ra ra hoe doet hij het?