Rond de zoutpannen

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Het Zuidelijk deel van het eiland laat zich nu het beste omschrijven als een grote watervlakte, die van de zee is gescheiden door een laag en aan de Westzijde smal kalkstenen plateau. De Werbatakaart laat zien dat begin 1900 het binnengebied geen water, maar drasland was, dat in de regentijd onder water kwam te staan. Alleen aan de randen waren er op bepaalde plaatsen zoutpannen; van Noord naar Zuid de Blauwe Pan, de Witte Pan en de Oranje Pan. Elk van die pannen werd aangegeven met een obelisk in de kleur van de pan. De verschillende kleuren van de obelisken zijn een herinnering aan de Nederlandse vlag. De obelisk diende als herkenningspunt vanuit zee voor de lokatie van de pannen. Middels een systeem van seinvlaggen werd aan de schippers duidelijk gemaakt bij welke pan ze moesten zijn om zout in te slaan. Restanten hiervan zijn nog te vinden aan weerszijden van de Oranje Obelisk. Daar bevinden zich twee massieve voeten van wat waarschijnlijk in het verleden de seinmasten waren.
In werkelijkheid is er ook nog een rode obelisk iets ten Noorden van de Oranje obelisk; Werbata, of zijn assistent, heeft abusievelijk tweemaal een oranje obelisk vermeld op de kaart. Overigens is een vergelijkbare fout gemaakt op een toeristische kaart van Bonaire, waar een witte obelisk is aangegeven op de plaats van de rode, terwijl de feitelijke witte obelisk niet is vermeld bij de Witte pan op die kaart.
De rode obelisk staat inmiddels op privéterrein achter een hek. Het opzichtershuis bij deze obelisk is in gebruik als woonhuis. Ook het opzichtershuis bij de Witte pan is bewoond, maar daar is de bijbehorende obelisk gewoon bereikbaar.

Bij de Witte en de Oranje pan zijn nog de slavenhutjes te vinden. Die zijn gerestaureerd en geschilderd in de kleur van de pan. Veel slaven, die in de zoutpannen werkten, woonden feitelijk elders (Rincon bijvoorbeeld) en de slavenhutten dienden gedurende de week als overnachtingsplaats.

Iets voorbij het uiterste Zuidelijke punt van het eiland bevindt zich de vuurtoren met de naam Willemstoren met bijbehorend opzichtershuis. De vuurtoren is recent gerestaureerd, het opzichtershuis is vervallen. Op de plaats van de vuurtoren, ook al aanwezig ten tijde van de opmeting van het eiland in 1916, bevond zich in het verleden een Werbata driehoekspunt met nummer 1, maar daar is niets meer van te vinden. Wel zijn er op diverse plaatsen langs de kustweg recentere driehoekspunten opgericht door het Kadaster ten behoeve van latere opmetingen (1961, 1993) van het eiland.

Aan de Oostelijke kust bevindt zich nog een vijfde obelisk. Die is voorzien van allerlei gekleurde banden. Deze obelisk komt niet voor op de kaart van Werbata, dus het lijkt waarschijnlijk dat dit een recenter bouwsel is met een toeristisch oogmerk.

De kustweg eindigt bij Sorobon, waar een watersportcentrum, voornamelijk voor surfers, is gevestigd.