Washington Slagbaai Nationaal Park

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

 Het Noordwestelijk deel van het eiland Bonaire wordt ingenomen door het Washington Slagbaai Nationaal Park. Gesticht in mei 1969 toen de voormalige plantage America na het overlijden in november 1967 van de laatste eigenaar Boi Herrera eind 1968 werd overgedragen aan de overheid met de uitdrukkelijke wens om het gebied te behouden als natuurgebied. Dit leidde tot het Washington Nationaal Park. In latere jaren werd ook de aangrenzende plantage Slagbaai aangekocht en werd het park uitgebreid tot zijn huidige uitgestrekte vorm (1979). Deze informatie en nog veel meer is te lezen in het museum bij de ingang van het park. Vreemd genoeg meldt de Werbatakaart uit 1916 slechts één naam voor het hele gebied: Slagbaai.

Er zijn twee routes door het park en wij hebben de lange route genomen. Deze keer beter voorbereid dan tijdens een eerder bezoek lang geleden, toen we geen eten en drinken bij ons hadden. Ook deze keer was het goed dat we ons eigen eten bij ons hadden, want uitgerekend op de dag dat wij er waren, was het restaurant bij Boca Slagbaai gesloten.

De route voert langs een aantal van de baaien in het gebied. De baaien aan de Oost- en Noordkant zijn niet geschikt om te zwemmen. Die aan de Westkant kennen rustiger water en zijn daardoor geschikt om er een verfrissende duik in het water te nemen.

Na een bezoek aan Baya en Boca Chikitoe (spelling begin 1900 van Werbata) maakten we een langere stop bij de Seroe Grandi en de er tegenover liggende Supladó. Dat laatste bleek meer te lijken op Boca Pistol in het Shete Boka gebied op Curaçao dan op de Supladó bij Patrick op Curaçao. Het is een inham in de rotswand op zeenivo, waar het water ingeperst wordt door de aanrollende golven en er vervolgens weer met kracht uitspuit. De Seroe Grandi heeft langs de weg een vrijwel vertikaal oprijzende rotswand. Niet erg uitnodigend om te beklimmen en naar het Werbata driehoekspunt op de top te gaan zoeken. Dat heb ik dan ook niet gedaan. Wel heb ik aan de voet van de rotswand overduidelijk sporen aangetroffen van eetplekken van de vroegere indianen.

De tocht werd voortgezet naar de Seroe Bentana, zo genoemd vanwege een in de rotsen uitgesleten opening (raam), waar je doorheen kunt kijken, en Boca Cocolishi. Laatstgenoemde baai is zo lang, dat aan de achterzijde wel veilig in het ondiepe water gespeeld kan worden. Wij hebben de Seroe Bentana beklommen, wat moediger klinkt dan het is, want er loopt een in de rotsen uitgehouwen pad naar boven. Bovenop ligt een vuurtoren, die gerestaureerd wordt. Ernaast ligt een driehoekspunt uit 1961 met nummer DP 6. Vanaf de berg is er een mooi uitzicht in alle richtingen.

De volgende stop was Malmok in het uiterste Noorden van het park (en eiland). Daar staan de ruïnes van een vuurtoren en een researchgebouw met waterbak. Vreemd genoeg staan beide gebouwen niet op de Werbatakaart, hoewel ze een respectabele leeftijd lijken te hebben. Het is bovendien niet waarschijnlijk dat er niet "altijd" op dit Noordelijke punt een vuurtoren heeft gestaan net als bij Spelonk en op de Zuidelijke punt van Bonaire. Die staan beide wel op de Werbatakaart.
Vlak bij de vuurtoren staat een recenter driehoekspunt (1961) van Kadaster met nummer DP 71.

Daarna gaat de route via Boca Bartool het binnenland in om bij Playa Foenshi weer bij de kust uit te komen. Playa Foenshi was vroeger in gebruik voor het verschepen van producten van de achterliggende plantage. De e ruïne van een woonhuis met waterbak en een schuine met kalkstenen beklede helling van het woonhuis naar het strand, zijn hiervan nog de stille overblijfselen. Naast de ruïne van het woonhuis staat ook nog een Kadaster driehoekspunt zonder nummer. Dit punt is gebruikt bij de meest recente kadastrale opmeting van het eiland.

De weg langs de kust werd weer verlaten om rondom de grote saliña Wayaka te rijden naar Boca Slagbaai. Daar liggen de fraai gerestaureerde gebouwen van het opzichtershuis, het douanekantoor, het slachthuis en het zoutmagazijn, allemaal uit 1869. In een van die gebouwen is nu een restaurant gevestig dat helaas op deze dag dicht bleek te zijn. Er is een zoutmagazijn, omdat in de achterliggende grote saliña enkele zoutpannen waren opgenomen, zoals nog is te zien op de Werbatakaart. In die saliña zitten veel watervogels, waaronder ook flamingo's.

Na een nog vrij lange tocht door het binnenland kwamen we weer bij het beginpunt. Een tocht, die zeker de moeite waard was. Jammer dat we maar een week op Bonaire waren, want het entreebewijs voor het park is een heel jaar geldig. En het park is zeker meerdere bezoeken waard.